Kleine afname bescherming tegen ziekenhuisopname bij geboosterde 70-plusser
Tien tot veertien weken na een boosterprik tegen COVID-19 is de bescherming tegen ziekenhuisopname bij zeventigplussers gedaald van 88 naar 85 procent. Het is voor het eerst dat er aanwijzingen zijn dat de effectiviteit van de boosterprik bij deze leeftijdsgroep iets afneemt, zegt het RIVM dinsdag.
Dat de kleine afname bij de oudste leeftijdsgroep als eerste te zien is, komt waarschijnlijk doordat deze leeftijdsgroep als eerste de boosterprik heeft ontvangen. Ook zouden de versoepelingen een rol kunnen spelen: mensen komen daardoor weer vaker in contact en lopen een grotere kans om besmet te raken met het coronavirus.
Hoe snel de effectiviteit van de boosterprik afneemt, wordt de komende weken en maanden duidelijk. Deze afname maakt het belangrijker dat zeventigplussers en onder andere mensen met een medische indicatie een herhaalprik krijgen, zegt het RIVM.
Volgens het instituut is het belangrijk dat deze groepen een tweede boosterprik halen. Dat is nu al mogelijk: tot nu toe hebben ruim 178.000 mensen een herhaalprik gehaald.
Hoewel de bescherming iets is afgenomen bij zeventigplussers, beschermt de booster alsnog goed tegen een ziekenhuisopname. Zo hadden in februari de eerste twee vaccinaties een effectiviteit van nog maar 48 procent, terwijl dat na een boosterprik 87 procent was. De kans op een ic-opname werd na een boosterprik zeven keer kleiner dan zonder booster.

