Waarom we (nog) niet kunnen zeggen dat de omikronvariant minder ziek maakt
Nieuwe onderzoeken uit het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika wijzen er voorzichtig op dat de zeer besmettelijke omikronvariant van het coronavirus in vergelijking met andere varianten tot minder ziekenhuisopnamen leidt. Maar ondanks dat er hoop is, kunnen we op basis van deze vroege onderzoeksresultaten niet zomaar uitspraken doen over de situatie in Nederland, laten drie epidemiologen en virologen donderdag aan NU.nl weten.
"De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op kleine aantallen", beaamt epidemioloog Frits Rosendaal van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
Kleine aantallen kunnen makkelijker leiden tot toevallige uitschieters, legt de epidemioloog uit. "Het is mogelijk om met een dobbelsteen vijf keer achter elkaar zes te gooien. De kans op honderd keer zes achter elkaar is veel kleiner."
'Andere landen niet zomaar te vergelijken met Nederland'
Bovendien is de situatie in andere landen volgens Van Leer en Rosendaal niet zomaar te vergelijken met ons land. "In Zuid-Afrika is verreweg het grootste deel van de bevolking onder de 25 jaar", geeft Van Leer als voorbeeld. "Het kan bijvoorbeeld zijn dat de besmette populatie in de andere landen gemiddeld jonger en slanker is en minder onderliggende gezondheidsklachten heeft", vult Roosendaal aan.
Kinderarts en epidemioloog Patricia Bruijning is optimistisch over de nieuwe resultaten, maar voegt daaraan toe dat de onderzoeken niet allemaal hetzelfde beeld geven. "In Denemarken bijvoorbeeld concluderen de onderzoekers dat de kans dat je in het ziekenhuis terechtkomt niet kleiner is na besmetting met de omikronvariant. Maar het ging daarbij nog om hele kleine aantallen", aldus de werknemer van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU).
"Al met al wordt het beeld wel steeds overtuigender dat omikron minder ziekmakend is", stelt Bruijning. "De vraag is vooral: hoeveel minder? En geldt dit ook voor ouderen?"
Over een week kunnen we al meer weten
Volgens Van Leer en Bruijning hoeft het niet langer dan een week te duren voordat we in Nederland steviger uitspraken kunnen doen. "We hebben nog geen omikronuitbraak gehad in bijvoorbeeld een verpleeghuis", zegt Van Leer. "Maar de verspreiding van die variant gaat heel snel."
Rosendaal hoopt net als Van Leer "van harte" dat de omikronvariant leidt tot een minder ernstig ziekteverloop. "Op de langere termijn is een mildere variant heel prettig", licht de epidemioloog toe.
"Dat zou volgend jaar bijvoorbeeld kunnen leiden tot een lagere besmettingspiek. Met name als je na een besmetting met de omikronvariant ook natuurlijke immuniteit tegen de deltavariant opbouwt."
'Vaccineren en boosten helpt ook tegen omikronvariant'
Rosendaal wil wel het misverstand bestrijden dat de huidige vaccins helemaal niets zouden uithalen tegen de omikronvariant. "Je ziet dat het boosten echt effect heeft."
Viroloog Van Leer vult aan: "We zitten nu in een korte periode van twee tot drie weken dat we onzekerheid hebben, maar de kans is nog steeds heel groot dat we gaan zien dat gevaccineerden goed beschermd zijn."
Rosendaal: "Bij iedere virusvariant zie je dat de vaccins minder goed beschermen tegen besmet raken. Maar ze blijven erg effectief tegen ernstig ziek worden."
Vooral ongevaccineerden worden ziek of overlijden
Bruijning gaat nog een stapje verder. "Echt ziek worden en overlijden zit in Zuid-Afrika rond de omikronvariant echt in de groep mensen die niet gevaccineerd is. Dat gegeven is in Nederland een beetje naar de achtergrond geraakt."
"Je kan wel boosten, maar er blijft een belangrijke groep ongevaccineerden die niet goed beschermd is tegen een besmetting. Ook een eventueel mildere maar onder ongevaccineerden zeer makkelijk verspreidende omikronvariant kan nog steeds de zorg overbelasten. Dat risico verdient meer aandacht."



