Waarom een boosterprik nog wel nuttig is tegen de omikronvariant
Nederland gaat weer in lockdown en dat gebeurt vooral om tijd te rekken: zo veel mogelijk mensen moeten een boosterprik kunnen halen, zodat iedereen wat beter beschermd is tegen de omikronvariant. Wat is het nut van zo'n booster als de huidige vaccins een stuk minder effectief lijken bij het voorkomen van een besmetting met deze variant?
Wanneer het coronavirus net als de griep een endemisch, jaarlijks terugkerend fenomeen wordt, en hoe vaak we in de toekomst een booster zullen moeten halen, zijn vragen waar nog geen antwoord op is. Voor nu ligt de focus duidelijk op het voorkomen van een zorginfarct.
Daarom denkt het Outbreak Management Team (OMT), dat het demissionair kabinet adviseert, dat de omikronvariant al tussen Kerst en de jaarwisseling de dominante variant zal worden. Met andere woorden: we zitten in een nieuwe besmettingsgolf.
Variant A besmet in totaal 1.000 mensen. 20 van hen belanden in het ziekenhuis.
Variant B is besmettelijker dan A en besmet in totaal 5.000 mensen. 50 van hen belanden in het ziekenhuis.
In het bovenstaande voorbeeld is variant B half zo ziekmakend als variant A, maar zorgt de grotere besmettelijkheid onder de streep toch voor een grotere ziekenhuisbezetting. Dat wil het kabinet met de huidige lockdown en de boosterprikcampagne voorkomen. Die lockdown moet tijd scheppen om zo veel mogelijk boosterprikken te zetten.
Antistoffen zijn als het ware de portier aan de deur van een nachtclub. Ze beschermen tegen de 'ongewenste gast': besmetting en lichte klachten als verkoudheid. Omikron is zodanig gemuteerd dat de antistoffen het virus niet meer goed 'herkennen' en het daardoor makkelijker erlangs kan glippen. "Iemand trekt plotseling een andere jas aan en dan herken je hem niet meer. Dat is eigenlijk wat er gebeurt", zei RIVM-topman Jaap van Dissel op de persconferentie.
Dat betekent overigens niet dat de portiers helemaal jassenblind zijn geworden: de vaccins van Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen beschermen nog steeds tegen een besmetting, maar doen dat minder goed.
Uit laboratoriumexperimenten is gebleken dat T-cellen nog steeds goed beschermen tegen ernstige ziekte door de omikronvariant. Maar, zo benadrukte Van Dissel zaterdag, de vraag blijft wat er in de praktijk gebeurt. De tijd zal dat uitwijzen.
Hoewel de huidige vaccins inderdaad minder besmettingen voorkomen dan bij de alfa- en deltavariant, ligt de bescherming tegen besmetting door omikron na een boosterprik wel weer boven het minimum dat experts van een vaccin verwachten.



