Het Outbreak Management Team (OMT) heeft het kabinet voor de derde keer gevraagd een verlenging van de kerstvakantie te overwegen. De kerstvakantie zou dan op 17 december in plaats van 24 december beginnen. Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) heeft er echter bezwaar tegen vanwege het risico op leerachterstanden, zo laat hij weten.

Het OMT hoopt dat mensen in hun eigen gezinsbubbel blijven als de kerstvakantie een week eerder begint. Dan kan het coronavirus zich minder goed verspreiden tijdens de kerstdagen.

De eerdere kerstvakantie zou volgens het OMT ook voor het basisonderwijs moeten gelden. Daar raken nu namelijk de meeste mensen besmet.

"Uiteraard is het nut van een gezinsbubbel afhankelijk van de wijze van opvang van de kinderen", waarschuwt het OMT in zijn laatste advies. "Die opvang zou dan natuurlijk niet bij de grootouders gelegd moeten worden." Ook moet er volgens het OMT extra aandacht zijn voor opvang van kinderen van ouders met cruciale beroepen.

De Jonge voert in een brief bij het jongste advies diverse bezwaren tegen een vroegere kerstvakantie aan. "Een week meer vakantie is een week minder school en dat is in een situatie van leerachterstanden niet wenselijk."

Ook wijst hij erop dat een deel van de kinderen "toch opgevangen zal moeten worden, omdat ouders moeten werken". En kinderen zullen "mogelijk uitstapjes gaan maken en daar met andere kinderen in contact komen", wat ook weer tot besmettingsgevaar leidt.

De kerstvakantie een week eerder laten ingaan, is volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) de "minst slechte oplossing" voor het onderwijs om het grote aantal coronabesmettingen het hoofd te bieden. Bestuurder Thijs Roovers vindt de bezwaren die het kabinet daartegen heeft "niet overtuigend" en pleit ervoor het advies van het OMT op te volgen.