Het RIVM onderzoekt niet alleen nieuwe, maar ook eerder genomen testmonsters op de omikronvariant van het coronavirus.

"We gaan bekijken of die voor vorige week al in Nederland was", aldus een woordvoerder. Hoe ver het RIVM gaat terugkijken in de zoektocht naar de omikronvariant, kon de woordvoerder niet zeggen. Eerder riep het instituut mensen die op 22 november of later terugkeerden uit zuidelijk Afrika ertoe op zich te laten testen.

Met behulp van een techniek die sequentieanalyse heet, kan het instituut bekijken hoe het erfelijk materiaal van het virus in elkaar zit. In samenwerking met andere labs, bijvoorbeeld dat van het Erasmus MC, worden ongeveer achttienhonderd monsters aan zo'n nader onderzoek onderworpen. Dat systeem heet de kiemsurveillance. Het is de manier waarop wetenschappers zicht houden op de verspreiding van verschillende virusvarianten.

Volgens de kiemsurveillance is de deltavariant al maanden dominant in Nederland. Een klein aantal tests is van de subvariant AY.4.2. Die wordt sinds augustus in Nederland aangetroffen en is inmiddels verantwoordelijk voor zo'n 2 procent van de besmettingen.

Omikron is inmiddels gevonden bij zeker veertien reizigers die terugkeerden uit Zuid-Afrika. Later op dinsdag verwacht het RIVM met meer resultaten te komen van sequentieanalyses van tests die recent zijn afgenomen bij mensen die in het zuiden van Afrika zijn geweest.

In het Verenigd Koninkrijk is een vergelijkbaar onderzoek gaande. Daar wordt bekeken of de nieuwe variant halverwege november misschien al aanwezig was. In Engeland werden op een school in Essex omikronbesmettingen vastgesteld die niet te herleiden waren tot een reis naar zuidelijk Afrika. Dat duidt erop dat het virus alweer een stap verder is en zich ook lokaal verspreidt.

Zorgen over nieuwe virusvariant: zo ontstaat een mutatie
104
Zorgen over nieuwe virusvariant: zo ontstaat een mutatie