De Britse overheid was aan het begin van de coronapandemie "te druk" met het treffen van voorbereidingen voor een no-deal-Brexit. Daardoor was minder tijd en mankracht beschikbaar om plannen te maken voor wat te doen als er een crisissituatie - zoals de coronapandemie - zou uitbreken. Dat stelt de Britse toezichthouder National Audit Office (NAO) na onderzoek.

Meer dan de helft van het personeel van het departement dat zich bezighoudt met het maken van plannen voor noodgevallen, moest alle mogelijke verstoringen als gevolg van de Brexit het hoofd bieden. Daarmee werden de mogelijkheden om ook andere risico's te behandelen beperkt, aldus het NAO.

Volgens de waakhond had er ook meer aandacht besteed moeten worden aan ondersteuning van de werkgelegenheid en de bescherming van kwetsbare mensen. Bovendien deed de Britse regering te weinig toen het gewezen werd op de gebrekkige voorbereiding op een mogelijke pandemie.

Toch waren er volgens de toezichthouder ook positieve effecten van de uitvoerige voorbereiding op mogelijke Brexit-problemen. Op verschillende ministeries werd door de aandacht voor Brexit de capaciteit om crises het hoofd te bieden uitgebreid.

Het rapport van het NAO zet mogelijk meer druk op de regering van premier Boris Johnson. Die ligt al onder vuur vanwege de beslissingen die hij tijdens de coronapandemie nam. Volgend voorjaar start daarover een groot onderzoek.

Het VK registreerde sinds de start van de pandemie de meeste coronagerelateerde sterfgevallen in Europa. Ook kreeg het de grootste economische klap van alle G7-landen te verwerken.