Onder kinderen met de basisschoolleeftijd stijgt het aantal coronabesmettingen het hardst, zo blijkt dinsdag uit de wekelijkse cijfers van het RIVM. In de afgelopen zeven dagen testten 9.416 kinderen van vijf tot en met negen positief, bijna 85 procent meer dan in de week ervoor.

Onder tien- tot met veertienjarigen steeg het aantal nieuwe gevallen met 76 procent. Bij de groep van nul tot en met vier jaar ging het om een toename van 62 procent.

Onder ouderen stijgt het aantal positieve tests ook, maar in mindere mate. Zo nam het aantal gevallen onder negentigplussers met 20 procent toe en onder tachtigers met 28 procent.

Door het grote aantal positieve tests lukt het de GGD's nauwelijks nog om bron- en contactonderzoek te doen. In ongeveer een kwart van de gevallen wordt nog duidelijk hoe mensen het coronavirus hebben opgelopen. Een week eerder was bij zo'n 32 procent van de besmettingen de bron te achterhalen.

Als het lukt om de bron van de besmetting te vinden, was een school of kinderdagverblijf opvallend vaak de besmettingshaard. Dat gold voor ruim 15 procent van de gevallen, tegenover bijna 10 procent in de voorgaande week en 5 procent in de week ervoor.

Helft van basisscholen moest een klas naar huis sturen

Afgelopen vrijdag bleek uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) dat de helft van de basisscholen in de eerste weken na de herfstvakantie vanwege een besmetting een of meerdere klassen naar huis moest sturen.

Gemiddeld ging het om twee klassen die in quarantaine moesten. Slechts 2 procent van de scholen ging helemaal dicht vanwege een corona-uitbraak.

Sinds 20 september hoeft niet meer een hele klas naar huis als één kind positief is getest. Bij meerdere besmettingen in de groep kan de GGD wel adviseren een klas naar huis te sturen.