Unicef heeft meer geld nodig voor verspreiden COVAX-vaccins in arme landen
UNICEF heeft meer geld nodig om met behulp van vaccinatieprogramma COVAX coronavaccins in armere landen te kunnen verspreiden. Ook wil de organisatie de komende tijd meer voorlichting geven over vaccinatie tegen COVID-19. Dat vertelt Sabine de Jong, coördinator internationale programma's bij UNICEF Nederland en in die hoedanigheid betrokken bij COVAX, in gesprek met NU.nl.
Wat is het COVAX-programma?
COVAX, het vaccinatieprogramma van onder meer de gezondheidsorganisatie WHO, werd in februari gestart om te zorgen dat ook mensen in armere landen een coronaprik kunnen krijgen. De organisatie wilde voor het einde van het jaar twee miljard doses hebben geleverd via COVAX. Door leveringsproblemen, exportverboden en uitblijvende goedkeuring van bepaalde vaccins zullen dat er maar 1,4 miljard zijn, maakte de WHO vorige week bekend.
Maar met die 1,4 miljard doses kan alsnog zo'n 20 procent van de mensen in deze landen geprikt worden, zegt De Jong. In dat geval zouden de meeste kwetsbaren en zorgmedewerkers in deze landen een prik hebben gehad.
Toch is dan nog 80 procent van de bevolking niet gevaccineerd, terwijl het vaccineren van deze mensen ook belangrijk is. Niet alleen voor hun eigen gezondheid, maar ook om het ontstaan van virusvarianten tegen te gaan.
Om ook deze mensen te kunnen bereiken en te vaccineren, verhoogt UNICEF de hulpvraag voor het project. In plaats van 659 miljoen euro heeft de organisatie nu 969 miljoen euro nodig. Het extra geld wordt onder meer gebruikt voor het verspreiden van vaccins, de inkoop van beschermende hulpmiddelen en het uitbreiden van het hulpprogramma naar meer landen.
Extra geld moet meer voorlichting mogelijk maken
Daarom gaat COVAX meer inzetten op voorlichting. Zo rijdt in Zuid-Afrika een vrachtwagen rond waarop voorlichtingsvideo's worden getoond. Ook vinden gesprekken plaats met lokale religieuze leiders en worden voorlichtingsitems uitgezonden op televisie en radio.
UNICEF volgt ook wat er zoal op sociale media wordt gedeeld over de coronavaccins. "We zetten dan andere berichten tegenover de onjuistheden", vertelt De Jong. Dit gebeurt onder meer in Liberia en Burkina Faso. In Bangladesh helpen lokale jongeren met het speuren naar de onwaarheden.
De bus waarmee UNICEF door Zuid-Afrika rijdt. | Beeld: UNICEF South Africa'Veel mensen willen wel een prik'
Hoewel er wantrouwen is, ziet De Jong dat mensen over het algemeen wél een vaccinatie tegen COVID-19 willen. "Bijvoorbeeld in veel Afrikaanse landen, waar ze al een derde golf hebben meegemaakt en een zorgsysteem hebben dat door cholera en ebola al op zijn kop lag."
Toch is nog maar 3,7 procent van de Afrikaanse bevolking volledig gevaccineerd. Ter vergelijking: in Europa ligt dit percentage op meer dan 60 procent.
Punt van discussie is nu of er eerst zo veel mogelijk moet worden gevaccineerd in de gebieden met een lage vaccinatiegraad, of dat er zogenoemde boosterprikken kunnen worden ingezet in landen waar al wel veel mensen zijn gevaccineerd. De WHO heeft al meerdere keren opgeroepen deze prikken te doneren aan gebieden waar nog niet veel is gevaccineerd. In Nederland worden voorlopig alleen mensen met een ernstige afweerstoornis voor een derde keer geprikt.
"Het is aan overheden om te bepalen of ze een derde prik willen geven aan hun bevolking", zegt De Jong. "Maar als je het vergelijkt met de vaccinatiegraad in lage-inkomenslanden, dan zeggen we: stel je prioriteiten zo dat je eerst alle kwetsbaren in de wereld hebt gevaccineerd. Alleen zo krijgen we het virus onder controle."

