Het afschaffen van de anderhalvemeterregel is volgens het Outbreak Management Team (OMT) een risicovol kabinetsbesluit, dat tot een "aanzienlijke opleving van het virus in de komende winter" kan leiden. Toch had deze keuze ook voor het OMT de voorkeur boven twee door het deskundigenteam voorgestelde scenario's.

Deskundigen van het OMT adviseren de ministers regelmatig over de coronasituatie in Nederland. Het kabinet baseert de coronaregels onder meer op deze adviezen. In de aanloop naar de persconferentie van dinsdagavond stelde het OMT drie scenario's van versoepelingen voor waaruit het kabinet kon kiezen.

Alleen in één scenario werd geadviseerd de anderhalvemeterregel af te schaffen. Een voorwaarde van het OMT was wel dat dan de coronapas breder ingezet zou worden. In de andere twee voorgestelde scenario's zou de anderhalvemeterregel van kracht blijven met een beperkt of een uitgebreider gebruik van het toegangsbewijs.

Toch gaf het OMT gezien "de huidige fase van de epidemie" de voorkeur aan het scenario waarin de 1,5 meter wordt losgelaten. Wel waarschuwden de deskundigen dat rekening gehouden moet worden met het terugdraaien van de versoepelingen als de druk op de zorg toeneemt en te hoog dreigt te worden.

Om die reden streeft het OMT een hogere vaccinatiegraad na. De deskundigen hopen nu op een immunisatiegraad van minstens 95 procent. Op dit moment is circa 82 procent van de Nederlandse volwassenen volledig tegen COVID-19 ingeënt. 86 procent heeft één prik gehad. Volgens het RIVM is 91 procent van de Nederlanders van zestien jaar en ouder bereid om zich te laten vaccineren.

Het meest valt er te winnen bij de jongeren van twaalf tot achttien jaar, schrijft het OMT. Het verhogen van de vaccinatiegraad binnen deze groep heeft daarom de hoogste prioriteit, aldus de experts.