Mensen met een zeer ernstige afweerstoornis kunnen een derde coronaprik krijgen, zei demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) dinsdagavond tijdens de persconferentie. Het demissionaire kabinet volgt hiermee het advies van de Gezondheidsraad.

Het gaat om patiënten die onder behandeling zijn van een medisch specialist wegens een specifieke aandoening en patiënten die bepaalde medicijnen voorgeschreven krijgen.

Een booster (oftewel een oppepper van eerdere prikken) voor de rest van de bevolking is momenteel niet nodig, luidt het advies van de Gezondheidsraad. De GGD's en het RIVM staan klaar voor een boostercampagne als dat nodig is.

Een derde prik kan de afweerrespons van mensen met een afweerstoornis vergroten. Een booster daarentegen is een oppepper voor mensen die na één (in het geval van het Janssen-vaccin) of na twee prikken voldoende bescherming tegen COVID-19 opgebouwd hebben, maar bij wie de immuniteit na verloop van tijd is afgenomen.

Derde prik voor 200.000 tot 400.000 mensen

"Mensen die voor een derde prik in aanmerking komen, worden vanaf oktober door hun eigen medisch specialist uitgenodigd. Dat gaat om tussen 200.000 en 400.000 patiënten. Het RIVM houdt in de gaten of de bescherming afneemt. En zodra dat gebeurt, staan we klaar", aldus De Jonge.

De minister benadrukt dat de vaccinatiegraad momenteel hoog is: 85,6 procent van de volwassenen is tegen COVID-19 gevaccineerd. De Jonge: "Er blijven echter mensen onbeschermd. Als al die mensen in korte tijd besmet raken, moeten we ons zorgen maken. Dan moeten nieuwe mensen worden opgenomen in ziekenhuizen en dat kan niet. Met de paar maatregelen die nog overblijven, proberen we dat te voorkomen."

De vaccins bieden momenteel 95 procent bescherming tegen ziekenhuisopname en 97 procent tegen ic-opname.