40 tot 50 procent van de zorg die sinds maart 2020 minder is verleend vanwege de coronapandemie, hoeft niet te worden ingehaald. Dat blijkt vrijdag uit berekeningen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Volgens de NZa werden sinds maart 2020 340.000 tot 380.000 operaties minder uitgevoerd in Nederlandse ziekenhuizen en klinieken dan de verwachting was.

Naar verwachting moeten 'slechts' tussen de 170.000 en 210.000 van die ingrepen alsnog worden ingehaald. Dat komt neer op 11 tot 14 procent van het totaal aantal operaties dat jaarlijks wordt uitgevoerd in Nederland.

Dat er minder operaties werden gedaan, komt volgens de NZa onder meer doordat tijdens de lockdowns sprake was van minder letsel, zoals botbreuken en sportblessures, en minder infecties aan luchtwegen en oren.

Ook zijn sommige klachten simpelweg vanzelf overgegaan en hoeven enkele terugkerende behandelingen niet ingehaald te worden als ze eenmaal hervat zijn.

Bijna een vijfde (18 procent) van de operaties die wel ingehaald moeten worden, zijn staar- en nastaaroperaties. Ook heup- en knievervangingen (9 procent), liesbreuken en andere buikwandbreuken (7 procent), operaties bij spataderen (3 procent) en operaties bij vrouwen met incontinentieklachten en/of een verzakking (3 procent) moeten vaak worden ingehaald.

Noot van de redactie: In een eerdere versie van dit artikel werden niet-uitgevoerde operaties omschreven als uitgestelde zorg. Het gaat echter om verwachte zorg, die vanwege het coronavirus minder was. Dat is aangepast.