Coronapatiënten die in het ziekenhuis belanden, krijgen vaak last van bijkomende medische problemen als nierproblemen en hartritmestoornissen. Dat blijkt uit een groot Brits onderzoek dat gepubliceerd is in het wetenschappelijk tijdschrift The Lancet.

Als iemand zo ziek is door het coronavirus dat hij moet worden opgenomen, dan heeft diegene bijna altijd een ernstige longinfectie.

De Britse onderzoekers keken naar alle medische problemen die in het ziekenhuis opgenomen COVID-19-patiënten ontwikkelen en niet kenmerkend zijn voor een ernstige longinfectie. Leverproblemen zijn bijvoorbeeld niet kenmerkend voor een ernstige longinfectie, maar kunnen wel een gevolg zijn van COVID-19. Dit soort niet-kenmerkende problemen worden complicaties genoemd.

Van de patiënten uit de onderzochte groep die hun corona-infectie overleefden, had bijna 45 procent complicaties ontwikkeld, becijferden de onderzoekers. Ze analyseerden hiervoor de gegevens van ruim 73.000 patiënten.

Complicaties doen zich vaker voor bij ouderen, maar ook bij een aanzienlijk deel van de jongere patiënten. In de leeftijdsgroep 19 tot en met 29 jaar kreeg 27 procent last van bijkomende problemen, bij de patiënten in de leeftijd van 30 tot en met 39 jaar was dat bij 37 procent het geval.

"Hoewel patiënten onder de vijftig jaar een laag risico lopen om te overlijden aan COVID-19, stelden we hoge complicatiecijfers in alle leeftijdsgroepen vast", schrijven de onderzoekers.

Een van de vragen is hoelang bijkomende gezondheidsproblemen aanhouden. Door problemen die op korte termijn voorkomen in kaart te brengen, hopen de onderzoekers ook bij te dragen aan een beter begrip van de druk die de coronapandemie op de langere termijn zal leggen op de gezondheidszorg.