Rotterdam heeft relatief het grootste aantal vastgestelde coronabesmettingen van de tien grootste gemeenten in Nederland, blijkt uit een inventarisatie van NU.nl. Waarom scoort de havenstad zo slecht?

Rotterdam nam sinds het coronavirus zijn intrede deed 78.554 positieve tests af. Dat is minder dan in Amsterdam, waar 88.235 positieve tests werden afgenomen. Maar weeg je het aantal positieve tests af tegen het aantal inwoners van de gemeente, dan werden meer mensen in Rotterdam positief getest op het virus: ongeveer 121 per duizend inwoners (zo'n 12 procent). Ter vergelijking: in Amsterdam waren dit er ongeveer 101 per duizend inwoners (iets meer dan 10 procent).

"Sinds de vorige zomer zitten we vaak aan de hoge kant", zegt Ewout Fanoy, arts infectieziektebestrijding bij GGD Rotterdam-Rijnmond. Dat is volgens Fanoy niet toe te schrijven aan één specifieke factor, omdat gedurende het jaar verschuivingen plaatsvonden tussen de groepen mensen in de stad die relatief vaak positief werden getest op het virus.

Er werden niet alleen meer positieve tests afgenomen, ook waren er volgens Fanoy daadwerkelijk meer infecties. Dat was volgens de arts terug te zien in de rioolwatermetingen, waarbij het aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners in de gemeente Rotterdam vaak iets hoger lag dan in andere steden.

Positieve tests per 100.000 inwoners

Grotere huishoudens in kleinere woningen

Fanoy wijst bijvoorbeeld op bewoners van kwetsbare wijken in de Rotterdamse binnenstad met allerlei etniciteiten, onder wie ook mensen met een Nederlandse achtergrond. Deze mensen wonen vaker met meerdere personen in kleinere woningen en werken daarnaast meer buiten de deur.

"Het virus gaat, heel simpel, van mens op mens. En als je meer mensen bij elkaar hebt in kleinere woningen, die voor hun werk toch de straat op moeten, dan is het risico dat ze elkaar infecteren groter", vat Fanoy het samen.

Bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond worden sowieso zwaarder getroffen door COVID-19. Dat komt bijvoorbeeld door het moeilijk thuis kunnen werken en klein wonen, blijkt uit onderzoek van Pharos (pdf), het expertisecentrum gezondheidsverschillen.

In Rotterdam wonen ook veel studenten. Die groep kwam gedurende het jaar veel naar voren in het aantal positieve tests, wat mede kwam door de onderlinge sociale contacten in studentenhuizen. Dat geldt ook voor mensen uit gelovige dorpen rondom de stad. In die dorpen wonen vaak grotere gezinnen, die een hechte gemeenschap vormen.

Het was ook vooral in de thuissetting waarnaar de meeste infecties in Rotterdam terug te leiden zijn. Grofweg twee derde van het totale aantal besmettingen werd in het gezin of tijdens thuisbezoek opgelopen, schat Fanoy. 10 tot 15 procent was werkgerelateerd.

Rotterdam voerde ook grootschalige testen uit

Fanoy benadrukt dat er in en rondom Rotterdam ook relatief veel is getest, waardoor veel besmette personen werden opgespoord. Zo werden in de gemeente Lansingerland en de Rotterdamse wijk Charlois grootschalig en risicogericht getest, waarbij respectievelijk 43.000 en 16.000 mensen werden getest.

Tegenwoordig gaan de cijfers ook in Rotterdam de goede kant op, maar Fanoy benadrukt dat "we er nog niet zijn". "Het virus gaat nog rond. Daarnaast is de vaccinatiebereidheid over het algemeen hoog, maar zijn er wel aandachtsgebieden", aldus de arts. "Als de grootschalige vaccinatierondes over twee weken grotendeels zijn uitgevoerd, dan gaan we daarna extra bijzetten op deze plekken, zodat we de mensen die zich nog niet hebben laten vaccineren alsnog kunnen bereiken."

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel beschreven we Pharos als "kenniscentrum voor migranten, vluchtelingen en gezondheid". Dit is onjuist: Pharos is al een aantal jaar het kenniscentrum voor gezondheidsverschillen. Dit hebben wij aangepast.