Onder meerdere onderwijsvakbonden leven twijfels of er wel voldoende leerkrachten zijn om de onderwijsachterstanden in te halen. In totaal stelt het ministerie 8,5 miljard euro beschikbaar om de corona-achterstanden weg te werken. Maar voor een groot deel van die keuzeopties zijn "extra handjes" nodig, terwijl er een groot tekort is aan leraren en die vraag de komende jaren alleen maar oploopt.

Het ministerie van Onderwijs presenteerde maandag de 'menukaart' met opties waar scholen uit kunnen kiezen. Het gaat dan bijvoorbeeld om langere schooldagen, zomer- of lentescholen of een-op-eenbegeleiding. Stuk voor stuk opties die extra inzet van docenten vergen.

"Het maakt het er niet makkelijker op dat er een lerarentekort is", erkent een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. "Maar er zijn verschillende interventies waaruit een school kan kiezen. Voor sommige zijn extra leerkrachten nodig, maar niet voor allemaal."

En dat terwijl er al te weinig docenten zijn. In 2019 was er een tekort van tweeduizend leraren en dat loopt de komende jaren alleen maar verder op. De verwachting is dat er in 2027 een tekort is aan bijna elfduizend leerkrachten.

"De vraag waar we de handjes vandaan halen is natuurlijk een vraag die al langer boven het onderwijs hangt. Want ook voor corona hadden we al een lerarentekort", zegt Manon van Essen, woordvoerder van CNV Onderwijs. "Het is wel een uitdaging waar de mensen vandaan moeten komen. Er staat geen blik met leraren klaar en het is ook niet een-twee-drie op te lossen."

Wel helpt het volgens de woordvoerder van de vakbond mee dat er nu geld beschikbaar is om docenten die niet fulltime werken over de streep te trekken om meer uren te gaan maken. "Lang niet iedereen werkt fulltime in het onderwijs en daar zit dus mogelijk wat ruimte in. Maar als alle scholen ervoor kiezen, dan kan het natuurlijk niet."

Het Nationaal Programma Onderwijs

  • Om de achterstanden in het onderwijs in te halen is een bedrag van 8,5 miljard euro uitgetrokken.
  • Scholen mogen zelf kiezen waaraan ze het geld besteden. Dat kan bijvoorbeeld aan langere schooldagen of lessen in de zomervakantie zijn, maar ook aan sportlessen of kleinere klassen.
  • Per leerling krijgt elke school 700 euro. Scholen met grotere achterstanden kunnen meer geld krijgen.
  • In totaal gaat 6 miljard euro naar het primair en voortgezet onderwijs.

Extra geld kan helpen taken op te pakken

Daarnaast gingen leraren voor de coronacrisis meerdere keren de straat op om te staken tegen onder meer de hoge werkdruk. De vraag is of ze wel willen dat hun takenpakket wordt uitgebreid door bijvoorbeeld langer op een dag les te geven. Het scheelt dat er nu geld tegenover staat, zegt de CNV-woordvoerder. Dan zijn mensen sneller bereid om extra taken op te pakken of meer uren te maken.

In het voortgezet onderwijs verschilt het per vak of er voldoende docenten voorhanden zijn. Er is bijvoorbeeld een groot tekort aan wiskundeleraren, weet Rob Voorwinden, woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond (AOb). "Een extra les wiskunde zal dan moeilijk zijn. Maar voor geschiedenis lopen er wat meer bevoegde mensen op de arbeidsmarkt rond."

“Het is een beetje dweilen met de kraan open.”
Rob van Ooijen, woordvoerder Algemene Vereniging Schoolleiders

Voorwinden is wel kritisch op het gebrek aan een structurele bijdrage van het ministerie van Onderwijs. "Het is een hele hoop geld, maar allemaal incidenteel", zegt hij over de 8,5 miljard euro. "Je kan er geen mensen van in vaste dienst nemen. Als je mensen naar het onderwijs toe wil trekken moet je ze ook perspectief bieden en niet zeggen: we scholen ze om, waarna je ze vervolgens na twee jaar niet meer in vaste dienst kunt houden. Met structureel geld kun je vaste mensen aannemen."

Of er ook structureel meer geld gestoken gaat worden in scholen kan het ministerie nog niet zeggen. Daarvoor wijst het naar het nieuwe kabinet dat daarover een besluit moet nemen.

Van de 8,5 miljard euro gaat 6 miljard naar het primair en voortgezet onderwijs.

Van de 8,5 miljard euro gaat 6 miljard naar het primair en voortgezet onderwijs.
Van de 8,5 miljard euro gaat 6 miljard naar het primair en voortgezet onderwijs.
Foto: ANP

'Hopen op structurele investering'

Ook de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) hoopt dat het Nationaal Programma Onderwijs de "start is van een lange termijnagenda, waarin structureel geïnvesteerd gaat worden in het onderwijs", zegt woordvoerder Rob van Ooijen.

Daarnaast vinden ze de twee jaar waarin de 8,5 miljard euro moet worden opgemaakt te kort. "Geef ons wat meer tijd om het geld uit te geven", zegt Van Ooijen namens de schoolleiders. Als hij de vraag krijgt voorgelegd of het scholen in de korte tijd en ondanks het lerarentekort gaat lukken om de leerachterstanden in te halen, zucht Van Ooijen diep. "We doen ons best. Maar het is een beetje dweilen met de kraan open. We moeten uiteindelijk toe naar structurele oplossingen."