Het kabinet streeft ernaar toegangstesten voor activiteiten en evenementen in juni in werking te laten te treden, heeft demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) donderdagavond gezegd in een debat met de Tweede Kamer. Dat zou betekenen dat mensen vanaf dan een recente negatieve coronatest moeten tonen voordat ze ergens naar binnen mogen of ergens aan kunnen deelnemen.

In de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af voor de tijdelijke wet, maar er zijn nog tal van wijzigingsvoorstellen ingediend. Daarover wordt dinsdag gestemd. De Eerste Kamer kan zich er dan op 18 mei over buigen, waarna nog zeker een week de tijd nodig is om de verdere wettelijke uitvoering te regelen.

De Tweede Kamer debatteerde donderdag de hele dag over het plan voor de toegangstesten en had veel vragen, onder meer over de kosten, hoelang de wet van kracht blijft en of genoeg rekening wordt gehouden met mensen die geen test kunnen of willen krijgen.

De Kamer vreest dat de noodzaak om te testen de vrijheid van mensen beperkt, maar De Jonge en zijn collega Bas van 't Wout (Economische Zaken) benadrukten dat het juist bedoeld is om de samenleving sneller te heropenen en dus meer vrijheid te geven. Ook komt het kabinet telkens met een onderbouwing als de wet langer nodig blijkt. Daarna moet de Kamer instemmen met de verlenging.

Onder meer de PVV liet al weten tegen te stemmen, omdat de maatregel volgens de partij "buiten proportie" is. De coronasituatie is nu al zodanig verbeterd dat het binnenkort al niet meer nodig is om mensen op deze manier te onderwerpen aan deze testen, vindt Kamerlid Fleur Agema.