Er zijn tot nu toe ruim vijf miljoen coronavaccins in een Nederlandse arm beland. Maar wat gebeurt er eigenlijk na de prik in het lichaam? Hoe zorgen de coronavaccins ervoor dat je wordt beschermd tegen COVID-19? Een korte uitleg.

Er worden in het Nederlandse coronavaccinatieprogramma vier verschillende vaccins gebruikt. Dit zijn de vaccins van Pfizer/BioNTech, Moderna, Janssen en AstraZeneca. De vaccins van Pfizer en Moderna zijn zogenoemde mRNA-vaccins. De vaccins van Janssen en AstraZeneca zijn vectorvaccins.

Alle vaccins proberen het immuunsysteem te activeren. De coronavaccins die Nederland nu gebruikt doen dit door het lichaam zelf een klein stukje van het coronavirus te laten maken en er zo voor te zorgen dat het immuunsysteem al voorbereid is op een daadwerkelijke besmetting.

Hoe ze het recept voor dit stukje coronavirus afleveren, verschilt alleen. Pfizer en Moderna maken hiervoor gebruik van vetbolletjes en Janssen en AstraZeneca doen dit met behulp van onschuldige verkoudheidsvirussen.

Zo werken de vectorvaccins van AstraZeneca en Janssen

De verkoudheidsvirussen in de vaccins van Janssen en AstraZeneca zijn zo aangepast dat wanneer ze in je lichaam komen, ze zich niet kunnen vermenigvuldigen. Dit betekent dat deze virussen je dus niet ziek kunnen maken.

Aan deze verzwakte verkoudheidsvirussen wordt het recept voor een klein onderdeel van het coronavirus toegevoegd. Als het vaccin wordt ingespoten, dringen de verkoudheidsvirussen je cellen binnen. Dit is niet schadelijk; ieder virus dat een mens kan besmetten doet dit.

Het verkoudheidsvirus is zo een soort vervoersmiddel, ook wel een vector genoemd, om het recept voor het coronavirus in de cel af te leveren. Met dit recept kan in de cel een klein stukje van het coronavirus worden gemaakt.

Van dit kleine stukje coronavirus kan je onmogelijk COVID-19 krijgen. Het complete kookboek dat nodig zou zijn om het volledige coronavirus mee te maken, zit namelijk niet in het vaccin.

Het kleine stukje coronavirus dat wordt aangemaakt, zorgt er wel voor dat je immuunsysteem wordt getraind. Onderdeel van deze training is de aanmaak van antistoffen. Die antistoffen kunnen ervoor zorgen dat, als je het coronavirus een keer echt tegenkomt, dat snel onschadelijk wordt gemaakt.

Zo werken de RNA-vaccins van Moderna en Pfizer

Moderna en Pfizer maken dus geen gebruik van verkoudheidsvirussen. In plaats daarvan zitten er in het vaccin vetbolletjes waar mRNA zit. Dit mRNA is het recept voor een klein stukje van het coronavirus. De vetbolletjes met mRNA komen na vaccinatie in je cellen terecht.

Dit zorgt ervoor dat in de cellen stukjes coronavirus worden gemaakt. Van dit stukje kun je, net zoals bij de vectorvaccins, geen COVID-19 krijgen, maar je traint hiermee wel je immuunsysteem.

Nadat de stukjes coronavirus zijn aangemaakt, wordt het vaccin door het lichaam snel afgebroken. In tegenstelling tot geruchten op sociale media zijn deze vaccins niet in staat om je DNA te veranderen.

Hoe zit het met de bijwerkingen?

Alle coronavaccins hebben zogenoemde 'verwachte bijwerkingen'. Dit zijn bijwerkingen die niet gevaarlijk zijn, maar wel vervelend. Dit zijn bijvoorbeeld tijdelijke vermoeidheid, koorts, spierpijn en hoofdpijn.

Deze bijwerkingen zijn volgens gezondheidsorganisatie WHO het gevolg van het activeren van het immuunsysteem door het vaccin. Bij de meeste mensen zijn deze bijwerkingen binnen een à twee dagen weer verdwenen en goed te bestrijden met bijvoorbeeld paracetamol.

De vaccins van Janssen en AstraZeneca veroorzaken daarnaast waarschijnlijk in extreem zeldzame gevallen ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes. Waarom juist deze vaccins voor dit ziektebeeld zorgen, weten we nog niet. We weten daarom niet of coronavaccins die van dezelfde techniek als Janssen en AstraZeneca gebruikmaken, ook dit probleem hebben. Het Russische Spoetnik V-vaccin is bijvoorbeeld ook een vectorvaccin. Dit vaccin is op dit moment nog niet goedgekeurd voor gebruik binnen de EU.