Door de coronacrisis konden vorig jaar 170.000 rechtszaken minder afgehandeld worden dan het jaar daarvoor. In totaal werd in 1,37 miljoen zaken rechtgesproken, een daling van 11 procent ten opzichte van 2019, meldt de Raad voor de rechtspraak in zijn jaarverslag.

Door de coronacrisis moesten rechtszaken worden uitgesteld, maar werden ook minder rechtszaken ingediend, ziet de Raad voor de rechtspraak. De coronamaatregelen hadden daarnaast ook onder meer invloed op de tijd waarin zaken behandeld konden worden en het in te zetten personeel door de rechtbanken.

Na de uitbraak van COVID-19 konden veel fysieke zittingen in maart, april en mei niet doorgaan. Daardoor konden ongeveer veertienduizend misdrijfzaken bij de rechtbanken en ruim drieduizend strafzaken bij de gerechtshoven niet worden behandeld. De achterstand in misdrijfzaken is al grotendeels weggewerkt en na verwachting eind dit jaar helemaal ingelopen, schrijft de Raad voor de rechtspraak.

Ruim drie kwart van de bijna 1,4 miljoen afgehandelde zaken betrof civielrechtelijke handelsgeschillen en familiezaken (rechtbank, hof en kanton). 17 procent van de zaken was een strafzaak, de resterende 7 procent bestond uit bestuursrechtszaken, vreemdelingenzaken en belastingzaken.

In 2020 zijn verder 675 wrakingsverzoeken ingediend, waarbij gevraagd wordt een rechter te laten vervangen door een andere vanwege vermoedens van partijdigheid. Daarvan zijn in totaal zeventien wrakingsverzoeken gegrond verklaard. Dat is met 2,5 procent minder dan het gemiddelde van zo'n 3 procent.

Rechtbanken handelden vorig jaar minder zaken af vanwege corona

© ANP/LocalFocus