De vaccins van AstraZeneca en Janssen zorgen volgens het Europese geneesmiddelenbureau (EMA) in hele zeldzame gevallen voor ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes. Hoe vaak komt deze bijwerking voor? En hoe zit dit bij Moderna en Pfizer?

Ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes is een extreem zeldzame bijwerking van het Janssen-vaccin. Dit maakte het EMA dinsdag bekend. Ook het vaccin van AstraZeneca kent deze bijwerking. Het EMA kwam tot deze conclusie nadat het acht meldingen van dit ziektebeeld uit de Verenigde Staten had bestudeerd.

In de Verenigde Staten hebben tot 13 april, toen het land tijdelijk stopte met het gebruik van het AstraZeneca-vaccin, ruim zeven miljoen mensen het Janssen-vaccin gekregen.

Het aantal gevallen waarop het EMA zich bij Janssen baseert, is klein. Sabine Straus, hoofd van het Europese geneesmiddelenbewakingscomité PRAC, legde tijdens de persconferentie van het EMA uit dat onderzoekers er toch van overtuigd zijn dat er een verband tussen het Janssen-vaccin en dit ziektebeeld is.

Dit komt onder andere doordat de gemelde gevallen opvallend veel lijken op de gevallen na vaccinatie met AstraZeneca, die al eerder door het EMA zijn onderzocht.

Ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes komt normaal gesproken, zonder dat er coronavaccins zijn, ook in extreem zeldzame gevallen voor. Na vaccinatie met Janssen kwam dit ziektebeeld volgens het EMA alleen vaker voor dan normaal verwacht wordt.

Op 4 april waren er in Europa 142 gevallen van ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes bekend na een AstraZeneca-prik. Ook dit is volgens het EMA meer dan normaal verwacht wordt. In totaal werden toen ruim zestien miljoen gezette AstraZeneca-prikken geteld in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Dit betekent dat per miljoen AstraZeneca-vaccinaties ongeveer negen gevallen van ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes zijn gemeld. Bij Janssen is er per miljoen prikken ongeveer één geval van dit ziektebeeld gemeld.

Het EMA weet niet of het risico bij het Janssen-vaccin ook echt lager is dan bij het AstraZeneca-vaccin. Straus vertelde dat de bijwerking bij Janssen tot drie weken na de vaccinatie wordt gezien. Het vaccineren met Janssen is in de VS een week geleden stilgelegd. Een deel van de zeven miljoen gevaccineerden heeft het vaccin nog maar net gekregen. Bij dat deel kan de bijwerking zich mogelijk later nog ontwikkelen. Daarom is ook niet duidelijk hoe vaak deze bijwerking nu voorkomt na vaccinatie met Janssen.

Er zijn geen aanwijzingen dat Moderna of Pfizer voor dezelfde bijwerking zorgen. Volgens het EMA zijn wereldwijd 25 gevallen van trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes gemeld na vaccinatie met het Pfizer-vaccin. Alleen al in Europa hebben zeker 59 miljoen mensen het vaccin van Pfizer gehad. Bij Moderna zijn er wereldwijd vijf gevallen bekend. Volgens Straus is het aantal gemelde gevallen juist lager dan normaal verwacht wordt.

Het is nog steeds niet duidelijk of vrouwen meer risico lopen. Zowel bij het vaccin van Janssen als het vaccin van AstraZeneca geldt wel dat de bijwerking vooral is gezien bij vrouwen jonger dan zestig jaar. Ook is het onduidelijk of het slikken van de pil, of eerdere trombose het risico op deze bijwerking verhoogt.

De reden dat de vaccins van AstraZeneca en Janssen in hele zeldzame gevallen ernstige trombose in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes veroorzaakt, is ook nog niet geheel duidelijk. Het EMA vermoedt dat de bijwerking wordt veroorzaakt door een verkeerde reactie van het immuunsysteem na vaccinatie. Het is echter onduidelijk wat in het vaccin hier precies de oorzaak van is.

We weten daarom niet of coronavaccins die van dezelfde techniek als Janssen en AstraZeneca gebruikmaken, ook dit probleem hebben. Het Russische Spoetnik V-vaccin maakt bijvoorbeeld ook gebruik van deze techniek. Dit vaccin is op dit moment nog niet goedgekeurd voor gebruik binnen de EU.