Vorige week overleden voor het eerst sinds begin februari meer mensen dan verwacht, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. In de week van maandag 5 tot en met zondag 11 april stierven ongeveer 3.150 mensen, zo'n honderd meer dan geschat.

De schattingen van het CBS zijn gebaseerd op sterftecijfers van voorgaande jaren en demografische trends. Op basis daarvan rapporteerde het statistiekbureau in de voorgaande periode juist ondersterfte: er overleden minder mensen dan op basis van deze cijfers zou worden verwacht.

Een verklaring voor de toename heeft het statistiekbureau niet.

Onder de doden zijn relatief weinig mensen die langdurige zorg kregen. In die groep stierven ongeveer duizend mensen, ruim honderd minder dan verwacht. In hoeverre dat te danken is aan vaccinaties tegen COVID-19, laat het CBS in het midden. Er overleden ook minder tachtigplussers - een groep die grotendeels al is gevaccineerd - dan verwacht.

In andere groepen stierven juist meer mensen dan verwacht: het CBS schatte dat ongeveer 1.950 mensen uit de rest van de bevolking door uiteenlopende redenen zou komen te overlijden. Dit bleken er vorige week 2.150 te zijn, een oversterfte van ongeveer 200 personen.

In hoeverre deze oversterfte te wijten is aan het coronavirus, is nu nog niet te zeggen, omdat het CBS nog niet alle gegevens over de recentste sterfgevallen heeft. Tijdens de eerste coronagolf en aan het begin van de tweede golf was de oversterfte echter volledig het gevolg van de pandemie, aldus het statistiekbureau.

Sterftecijfer vorige week hoger dan verwacht