Demissionair minister Tamara van Ark (Medische Zorg) zou er zelf voor kiezen om iedereen in de zorgsector een zorgbonus te geven, wetende dat de bonus dan lager is dan de eerder voorgestelde 500 euro. Dat zei ze donderdagavond in de Tweede Kamer. Eerder deze week schetste zij in een Kamerbrief haar "dilemma" wat betreft de zorgbonus: óf de zorgmedewerkers in de 'frontlinie' van de coronazorg 500 euro geven, óf een bonus van 200 tot 240 euro voor alle medewerkers in de zorgsector.

Er is in totaal 3 miljard euro voor de zorgbonussen begroot. Daar is nu nog 720 miljoen euro van over, doordat vorig jaar een bonus van 1.000 euro voor zorgmedewerkers beschikbaar was. Die werd meer aangevraagd dan verwacht, waardoor het ministerie nu in de knel komt. Daardoor is het niet mogelijk iedereen 500 euro te geven en moet de Kamer keuzes maken, aldus Van Ark.

Meerdere partijen zien echter nog een derde optie: maak meer geld vrij voor de zorgbonus. Onder meer de SP en PvdA hekelen dat het kabinet wel de portemonnee trekt voor bijvoorbeeld steun aan KLM, maar dat er nu niets bij kan. Van Ark beargumenteert dat het kabinet demissionair is na het aftreden vanwege de toeslagenaffaire en dus niet zomaar extra geld voor de bonusregeling kan uittrekken. Bovendien heeft de Tweede Kamer ingestemd met de begroting, zegt ze.

Een bonus van 500 euro voor al het zorgpersoneel ziet Van Ark niet zitten. Volgens haar zou dat 765 miljoen euro extra kosten en is dat niet begroot. Verder wil ze dat de Kamer snel een knoop doorhakt, zodat de uitvoering geen onnodige vertraging oploopt. Daardoor kunnen zorgmedewerkers de bonus snel krijgen na de geleverde coronazorg.

De Kamer stemt dinsdag over een motie, die oproept al het personeel toch alsnog 500 euro te geven.