De Jonge ziet af van mogelijkheid om tweede coronaprik uit te stellen
Demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge gaat de periode tussen de eerste en tweede prik van het Pfizer- of Moderna-vaccin voorlopig niet uitbreiden. De Gezondheidsraad oordeelde deze week dat een dergelijke beslissing zou kunnen leiden tot iets minder ziekenhuisopnames, maar De Jonge maakt zich vooral zorgen over de onrust en onduidelijkheid die zou ontstaan als honderdduizenden prikken afgezegd en opnieuw ingepland moeten worden.
De bewindsman stelt tevens dat het op grote schaal afzeggen van afspraken het risico met zich meebrengt dat minder mensen een nieuwe afspraak maken. Dat zou er op termijn toe leiden dat Nederlanders minder goed beschermd zijn.
Op dit moment wordt de tweede dosis van het Pfizer-vaccin na zes weken toegediend, terwijl ontvangers van het Moderna-vaccin na vier weken een tweede prik krijgen. Volgens de Gezondheidsraad kan in beide gevallen de tweede prik uitgesteld worden tot twaalf weken na de eerste dosis.
Het zou een gering effect teweegbrengen. Uit berekeningen van de raad zouden in het gunstigste geval vijf ziekenhuisopnames per dag voorkomen worden. Dat effect zou naar verwachting niet eerder dan eind mei optreden.


