Demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge gaat de periode tussen de eerste en tweede prik van het Pfizer- of Moderna-vaccin voorlopig niet uitbreiden. De Gezondheidsraad oordeelde deze week dat een dergelijke beslissing zou kunnen leiden tot iets minder ziekenhuisopnames, maar De Jonge maakt zich vooral zorgen over de onrust en onduidelijkheid die zou ontstaan als honderdduizenden prikken afgezegd en opnieuw ingepland moeten worden.

De bewindsman stelt tevens dat het op grote schaal afzeggen van afspraken het risico met zich meebrengt dat minder mensen een nieuwe afspraak maken. Dat zou er op termijn toe leiden dat Nederlanders minder goed beschermd zijn.

Het afzeggen van tweede afspraken zou momenteel voornamelijk zeventigplussers raken, schrijft De Jonge in een Kamerbrief. Zij zijn nu aan de beurt voor hun tweede prik. In totaal zouden zo'n 1,4 miljoen prikken verzet moeten worden, wat de GGD's met een enorme werkdruk zou opzadelen. De GGD's zijn daarnaast al druk met het uitbreiden van de prikcapaciteit, zodat straks anderhalf miljoen prikken per week gezet kunnen worden. "Ik wil die opschaling niet in gevaar brengen", aldus De Jonge.

Op dit moment wordt de tweede dosis van het Pfizer-vaccin na zes weken toegediend, terwijl ontvangers van het Moderna-vaccin na vier weken een tweede prik krijgen. Volgens de Gezondheidsraad kan in beide gevallen de tweede prik uitgesteld worden tot twaalf weken na de eerste dosis.

Het zou een gering effect teweegbrengen. Uit berekeningen van de raad zouden in het gunstigste geval vijf ziekenhuisopnames per dag voorkomen worden. Dat effect zou naar verwachting niet eerder dan eind mei optreden.

Tweede vaccinatie niet pas na twaalf weken: zo verschillen de twee Pfizer-prikken
106
Tweede vaccinatie niet pas na twaalf weken: zo verschillen de twee Pfizer-prikken