Het kabinet blijft erbij dat de coronacijfers te slecht zijn om terrassen en andere buitenlocaties weer te kunnen openen, zo laat demissionair minister van Justitie Ferd Grapperhaus maandag weten. De burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht deden zondag voor de tweede keer "een dringend appel" op het kabinet om dit wel te doen.

"De situatie is epidemiologisch nog niet zo dat we dat verantwoord vinden", aldus Grapperhaus. Hoewel Haagse bronnen zinspeelden op versoepelingen per 21 april, maakte het kabinet zondag bekend dat die er nog niet in zitten.

De burgemeesters van de vier grote steden vinden echter dat de terrassen met het naderende lenteweer weer open moeten kunnen. Handhaven wordt anders onhaalbaar, benadrukken zij.

Volgens hen is een "beheerste openstelling van de buitenruimten" noodzakelijk om besmettingen te voorkomen, omdat hiermee ongeregelde samenkomsten worden tegengegaan. Ook is het essentieel voor "de geloofwaardigheid van het coronabeleid", menen de burgemeesters.

Grapperhaus en de burgemeesters die ook voorzitter van een veiligheidsregio zijn, komen maandagmiddag bijeen voor het Veiligheidsberaad. "Daar gaan we het er goed over hebben", aldus de minister. "We kwamen er tot nu toe altijd uit."