Hongarije en Malta zijn de EU-lidstaten die burgers het snelst tegen COVID-19 vaccineren. Bijna een op de drie volwassenen in Hongarije heeft de eerste prik al gehad. Dat staat in schril contrast met Bulgarije, dat het vaccinatieprogramma niet van de grond krijgt en qua priksnelheid de hekkensluiter is. Lezers van ons discussieplatform NUjij vroegen zich af hoe het kan dat dit verschil zo groot is.

In Hongarije heeft 32,2 procent van de volwassenen al een dosis van een coronavaccin gehad. Dat aandeel is vrijwel het dubbele van het Europese gemiddelde (16,5 procent).

Ook met het aandeel volledig ingeënte volwassenen (13,4 procent) steekt Hongarije met kop en schouders boven andere EU-lidstaten uit.

Premier Viktor Orbán zei eind januari dat het vaccinatieproces de enige uitweg uit de crisis is en riep farmaceuten op de productie van vaccins op te schroeven. "Wij hebben vaccins nodig, geen uitleg over waarom het niet lukt", aldus de premier.

Hongarije gebruikt vier vaccins die EMA niet heeft goedgekeurd

Orbán voegde de daad bij het woord. De Hongaarse regering zette in op veel vaccins en wilde niet wachten op de beoordeling van vaccins door het Europese geneesmiddelenbureau (EMA). In het land zijn maar liefst zeven vaccins in gebruik genomen, waaronder twee van Chinese makelij, een uit Rusland en een Indiaas coronavaccin. Deze vaccins zijn in de EU niet op de markt verschenen, omdat de toezichthouder ze niet heeft goedgekeurd.

De nationale toezichthouder van Hongarije acht deze coronavaccins veilig en daardoor kan het land ze toch gebruiken. Daarnaast krijgt Hongarije ook vaccins van Pfizer, Moderna en AstraZeneca geleverd. Die heeft het EMA wel goedgekeurd. Eind april wil het land meer dan vier van de tien miljoen inwoners een prik hebben toegediend.

Orbán ziet vanwege de snelle vaccinatiecampagne kans om de samenleving langzaamaan te heropenen. Nadat een kwart van de volwassenen een prik had gehad, werd een geleidelijke heropening van de winkels aangekondigd. Vermoedelijk worden volgende week nieuwe versoepelingen gepresenteerd.

Eerste dosis in Europa

Hekkensluiter Bulgarije liet kans liggen om meer vaccins aan te schaffen

In Bulgarije komt het vaccinatieprogramma maar niet uit de verf. Tot dusver heeft 7,7 procent van alle volwassenen in het land een eerste prik gekregen. Dat is het laagste percentage in de EU. En alleen Letland heeft relatief minder volwassenen een tweede dosis toegediend: 1,6 procent in de Baltische staat, tegenover 1,9 procent in Bulgarije.

Een van de oorzaken van de trage start in het Balkanland is dat de Bulgaarse regering in het begin niet alle aangeboden Pfizer-vaccins heeft aangeschaft. Het land zette, evenals meerdere andere EU-landen, vol in op het AstraZeneca-vaccin.

De Brits-Zweedse farmaceut kampt echter al maanden met leveringsproblemen en het prikproces werd in veel landen gepauzeerd vanwege zeer zeldzame tromboseklachten bij personen die een AstraZeneca-prik hadden gehad. Bulgarije schortte het prikproces op en hervatte het inenten zes dagen nadat de Europese toezichthouder EMA zich positief over het vaccin had uitgelaten.

Inmiddels hebben EU-landen besloten de vijf lidstaten die het meest om vaccins verlegen zitten extra leveringen te gunnen. Het gaat om Kroatië, Estland, Letland, Slowakije en Bulgarije. De hekkensluiter van de EU-ranglijst kan rekenen op meer dan 1,2 miljoen 'solidariteitsvaccins'. Die worden geleverd vanuit negentien EU-landen. Onder andere koploper Hongarije en Nederland leveren een bijdrage.

In Bulgarije zijn tot dusver veertienduizend inwoners aan COVID-19 overleden. Sinds de start van de coronapandemie zijn ruim 371.000 positieve tests geregistreerd.