Kinderen van zestien en zeventien jaar met bijvoorbeeld het syndroom van Down, bloedkanker of morbide obesitas zouden ook moeten worden gevaccineerd tegen COVID-19. Zij zouden het vaccin van Pfizer en BioNTech moeten krijgen, zo adviseert de Gezondheidsraad. Tot nu toe worden alleen volwassenen ingeënt.

Op verzoek van demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) boog de Gezondheidsraad zich over het vraagstuk of kinderen ook gevaccineerd kunnen worden. De meeste kinderen die besmet raken met COVID-19, vertonen slechts milde symptomen, maar sommige kinderen kunnen wel ernstig ziek worden. Dat geldt vooral voor kinderen uit een van de hoogrisicogroepen.

Daarom adviseert de raad om deze zestien- en zeventienjarigen ook met voorrang te vaccineren, net als volwassenen met dezelfde aandoeningen. Dit geldt ook voor zestien- en zeventienjarigen met ernstig nierfalen of een ernstige immuunstoornis, en voor kinderen van die leeftijden die een orgaan- of beenmergtransplantatie hebben ondergaan of die daarvoor op de wachtlijst staan.

Het advies geldt alleen voor zestien- en zeventienjarigen die in de hoogrisicogroepen vallen en niet voor andere leeftijdsgenoten, benadrukt de Gezondheidsraad.

Het vaccin van Pfizer en BioNTech is goedgekeurd voor iedereen van zestien jaar en ouder. Binnenkort wordt duidelijk of het ook werkzaam en veilig is voor kinderen tussen twaalf en vijftien jaar oud. Bij de overige vaccins (Moderna, AstraZeneca en Janssen) wordt nog onderzocht of ze veilig zijn voor mensen onder de achttien jaar.