Het besluit om te stoppen met het toedienen van het AstraZeneca-vaccin aan zestigminners gaat volgens het RIVM voor enige vertraging zorgen in de vaccinatieplanning, zegt een woordvoerder tegen NU.nl. Maar of het daadwerkelijk veel langer gaat duren dan 1 juli, de beoogde datum waarop iedereen die dat wil tenminste één prik gehad kan hebben, is vooral afhankelijk van de leveringen van andere vaccins.

Nog geen dag na het besluit van minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) werken het RIVM en het ministerie hard aan een nieuwe vaccinatieplanning. Die planning, waarin ook wordt meegenomen welk vaccin de groepen nu wel krijgen, komt naar verwachting begin volgende week.

Volgens de huidige planning zou het gros van de mensen medio juni een oproep krijgen om zich te laten vaccineren. Dat zou betekenen dat in een relatief korte tijd veel mensen geprikt zouden moeten worden. Hoe dat schema er na de gedeeltelijke stop met AstraZeneca uit moet komen te zien, zal volgende week blijken.

Het RIVM gaat er vooralsnog wel van uit dat iedereen niet op 1 juli, maar wel begin juli een eerste prik gehad kan hebben. Daarmee schaart het instituut zich achter de uitspraak van De Jonge, die donderdag stelde dat het besluit weinig gevolgen heeft voor de vaccinatieplanning. "Als alle vaccins komen zoals gepland, dan moet het ook zonder AstraZeneca voor mensen onder de zestig lukken om iedereen begin juli een eerste prik te geven", aldus de woordvoerder.

In het kort: waarom werd besloten zestigminners geen AstraZeneca meer te geven?

  • Uit heel Europa kwamen meldingen van grotendeels vrouwen onder de zestig die na vaccinatie last kregen van trombose én een vermindering van het aantal bloedplaatjes.
  • Het gaat hier om een 'zeer zeldzame' bijwerking, concludeerde het Europese geneesmiddelenbureau (EMA).
  • Volgens het EMA is het voordeel dat het vaccin oplevert nog altijd groter dan de risico's die het met zich meebrengt.
  • De Nederlandse Gezondheidsraad adviseerde daarop om alleen nog zestigplussers met het AstraZeneca-vaccin te prikken. Bij hen zijn de voordelen van de vaccinatie het kleine risico waard, stelden ze.

Ogen zijn vooral gericht op levering Janssen-vaccin

De ogen zijn dus vooral gericht op de leveringen van andere vaccins, en in het bijzonder het vaccin van farmaceut Janssen. De eerste Janssen-vaccins komen naar verwachting halverwege april, zegt de woordvoerder, en ook leveren farmaceuten Pfizer en BioNTech de komende tijd veel meer van hun vaccin. Tot aan de zomer worden naar verwachting zo'n drie miljoen Janssen-vaccins geleverd, en bijna acht miljoen van Pfizer en BioNTech.

"Natuurlijk had je met AstraZeneca door willen prikken", zegt de woordvoerder. Maar, benadrukt ze, de leveringen van de farmaceut waren erg onregelmatig en die instabiliteit werd al geruime tijd meegenomen in de planning. Andere farmaceuten, zoals Moderna en Pfizer/BioNTech, leveren veel stabieler. "En als Janssen het voor elkaar krijgt een stabiele stroom van vaccins te leveren, dan verwachten we dat we niet veel uitloop gaan hebben."

Het vaccineren met AstraZeneca is niet helemaal stilgelegd. Huisartsen vaccineerden namelijk ook patiënten tussen de 60 en 64 jaar, naast niet-mobiele thuiswonende ouderen, mensen met het syndroom van Down en mensen met morbide obesitas. Voor deze laatste groepen kan het vaccineren alleen doorgaan als de desbetreffende persoon zestig jaar of ouder is. Met de doses AstraZeneca die nu nog volgens planning geleverd gaan worden, kunnen de huisartsen deze patiënten nog gewoon vaccineren.