De kleine kans op ernstige bijwerkingen van het AstraZeneca-vaccin komt bij jonge vrouwen in de buurt van de kleine kans om aan COVID-19 te overlijden. Dat zei Bart-Jan Kullberg, voorzitter van de Gezondheidsraad, donderdagavond in Nieuwsuur. Het was volgens hem daarom geen moeilijk besluit om met het vaccin te stoppen, hoe klein het risico in absolute zin ook is.

Voortaan worden alleen nog zestigplussers gevaccineerd met (onder andere) het AstraZeneca-vaccin, besloot het kabinet donderdag. Voor zestigplussers zijn de risico's van een coronabesmetting namelijk wel veel groter dan de risico's van de prik.

Wat is er 'mis' met het AstraZeneca-vaccin?

  • Vooropgesteld: het vaccin beschermt goed tegen COVID-19.
  • Er is alleen een heel kleine kans op een ernstige bijwerking: trombose in combinatie met een tekort aan het aantal bloedplaatjes. Dat kan levensbedreigend zijn.
  • Het EMA schat dat deze bijwerking voorkomt bij ongeveer 1 op de 100.000 gevaccineerden. Stel dat de volledige stad Delft de AstraZeneca-prik zou krijgen, dan zou dus één inwoner zo ziek worden.

Astra-prik relatief hoog risico voor jonge vrouw

"Je moet die risico's bekijken in de groep waar het om gaat. Natuurlijk is vaccineren ontzettend belangrijk en zijn de risico's van corona heel groot, maar dat is vooral voor de ouderen zo. We praten nu over de jongere groep en met name jongere vrouwen, waar een relatief groot risico op deze bijwerking blijkt te zijn."

'Groot' is wel betrekkelijk, benadrukt Kullberg. "Een kans van één op de paar honderdduizend is natuurlijk heel klein. Maar jonge vrouwen hebben ook een heel kleine kans om te overlijden aan corona, ook in de orde van één op een half miljoen of één op de miljoen. En dan is die balans ineens heel anders. Dan is het niet wenselijk om dit vaccin aan die mensen te geven."

EMA klonk woensdag positiever

Het Europese geneesmiddelenbureau (EMA), dat ook adviseert, klonk woensdag nog aanzienlijk positiever. Het bureau erkende dat de combinatie van trombose en een tekort aan bloedplaatjes een ernstige bijwerking is, maar vond dat nadeel niet opwegen tegen alle voordelen.

Daarover zegt Kullberg: "Het EMA geeft niet een advies aan wie je welk vaccin moet geven. Het EMA bekijkt of dat vaccin überhaupt nog toelaatbaar is. En heel terecht hebben ze natuurlijk gezegd: 'Ja, dat is het.' Want het heeft grote voordelen, ondanks deze hele kleine nadelen en bijwerkingen. Het EMA adviseert niet of en waar het ingezet moet worden. Dat doen de uitvoerders: de landen, met in Nederland advies van de Gezondheidsraad."

'We zijn geen verzameling geleerden in een kantoor'

Afgelopen weekend klonk er kritiek van Nederlandse trombose-experts, die klaagden niet betrokken te zijn geweest bij het kabinetsbesluit om weer een prikpauze in te lassen om nader onderzoek te doen naar de AstraZeneca-bijwerkingen.

Toch is het niet zo dat zij helemaal niet bij de Nederlandse besluitvorming betrokken zijn, benadrukt Kullberg. "De Gezondheidsraad is niet een verzameling van geleerden in een kantoor. Het zijn mensen uit de praktijk: deskundigen uit de umc's en universiteiten. En voor een advies als dit zijn dat internist-infectiologen, artsen ouderengeneeskunde, trombose-experts, medicatieveiligheidexperts, aangevuld met bijvoorbeeld een ethicus, een viroloog. Het zijn dus mensen uit de praktijk, die daarnaast ook hun wetenschappelijke bijdrage leveren aan zo'n advies."