De Gezondheidsraad adviseert het kabinet om deels te stoppen met het AstraZeneca-vaccin. Alleen zestigplussers zouden die prik nog moeten krijgen, meldt de raad donderdagavond. Jongere mensen zouden een ander coronavaccin moeten krijgen. Of het kabinet dit advies opvolgt, is nog niet zeker.

Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) neemt hoogstwaarschijnlijk donderdagavond al een besluit.

De uitspraak van de Gezondheidsraad is een spoedadvies op aanvraag van het ministerie van Volksgezondheid. Vorige week vrijdag besloot het kabinet tijdelijk te stoppen met het inenten van mensen jonger dan zestig met het AstraZeneca-vaccin.

Dit omdat er in heel Europa meldingen waren over mensen (vooral vrouwen onder de zestig) die kort na hun vaccinatie last kregen van een zeldzame combinatie van bloedstolsels (trombose) en een vermindering van het aantal bloedplaatjes (trombocytopenie).

In Nederland ging het om vijf dergelijke meldingen op een totaal van 400.000 gevaccineerde personen.

De mensen die al één dosis van het AstraZeneca-vaccin gehad hebben, mogen wat de Gezondheidsraad betreft nog wel hun tweede prik halen.

Vaccineren werd eerder ook al stilgelegd

Het was al de tweede keer dat het kabinet het vaccineren met AstraZeneca heeft stilgelegd om nader onderzoek af te wachten. Het Europese geneesmiddelenbureau (EMA) concludeerde afgelopen woensdag dat er inderdaad waarschijnlijk een verband is tussen het vaccin en het ziektebeeld, maar dat dit heel zeldzaam is.

Het EMA zegt dat de voordelen van het vaccin groter zijn dan de nadelen. De kans om aan COVID-19 te overlijden is volgens de toezichthouder groter dan de kans om aan de bijwerking te overlijden. De Gezondheidsraad adviseert dus niet geheel in lijn met het EMA. Waarom de Gezondheidsraad tot dit advies kwam, wordt vrijdag bekendgemaakt.