Hoewel vrijwel iedere seconde een prik wordt gezet en het demissionaire kabinet meermaals heeft gezegd dat het het vaccinatieprogramma wil versnellen, bungelt Nederland opnieuw onderaan de lijst van EU-landen als het gaat om uitgevoerde vaccinaties. Dat blijkt uit cijfers van het Europees centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) en het RIVM.

In zes landen werden relatief nog minder eerste doses toegediend, terwijl in slechts vijf landen het percentage volledig ingeënte inwoners nog lager ligt.

Uit de laatste vaccinatie-update van het RIVM blijkt dat ruim twee miljoen Nederlandse volwassenen één prik hebben gehad, zo'n 14,7 procent van de in totaal veertien miljoen volwassenen die een prik moeten ontvangen. 5,7 procent - zo'n 800.000 volwassenen - heeft een tweede dosis ontvangen. Het Europese gemiddelde ligt hoger: op 16,3 en 6,8 procent.

Het ECDC beweert dat het te weinig data heeft ontvangen vanuit Nederland. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid in gesprek met NU.nl. "Wij kampen echter met een rapportageachterstand", aldus de woordvoerder. Data van meerdere weken moesten nog aan de Europese waakhond overhandigd worden. Volgens een woordvoerder van het RIVM is dat vrijdag gebeurd.

Landen kunnen op twee dagen in de week data overhandigen aan het ECDC: op dinsdag en donderdag. Inmiddels heeft Nederland bijna 3,1 miljoen prikken gezet, in plaats van de 2,8 miljoen waarover het RIVM vrijdag rapporteerde; mogelijk zet Nederland dus nog een kleine stap.

Eerste dosis in Europa

Nederland maakte inhaalslag na tragere start

In Europa liep Nederland lang achter de feiten aan. De eerste doses werden later toegediend dan in andere landen en het kabinet koos ervoor om een grote hoeveelheid vaccindoses achter te houden, zodat personen die een eerste prik hadden ontvangen gegarandeerd hun tweede dosis zouden krijgen.

Die vaccinatiestrategie werd eind februari aangepast. Demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge liet weten "een gok" te nemen en de reservevoorraad vaccins flink te beperken, om meer eerste prikken te kunnen zetten. Dat zorgde er begin maart voor dat Nederland een van de EU-lidstaten werd waar relatief de meeste prikken waren gezet.

Sindsdien werd het prikken met AstraZeneca, net als in andere Europese landen, twee keer kortstondig gepauzeerd vanwege een extreem zeldzame bijwerking en werd duidelijk dat in het eerste kwartaal bijna een miljoen vaccindoses minder zijn geleverd dan aanvankelijk verwacht.

Inmiddels is besloten dat zestigminners het AstraZeneca-vaccin niet meer toegediend krijgen. Daardoor staat vast dat het vaccinatieprogramma opnieuw vertraging oploopt. Andere vaccins moeten er nu voor zorgen dat iedereen rond juli ten minste één prik heeft gehad.

Twee dosis in Europa