De Belgische regering gaat in beroep tegen het vonnis om binnen dertig dagen de coronamaatregelen in het land op te heffen. Dat heeft minister Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken) in de Kamer aangekondigd. Een rechtbank in Brussel oordeelde dat de maatregelen zijn gebaseerd op wetten die niet de juiste basis zijn voor de ministeriële besluiten waarmee de maatregelen uitgevaardigd worden.

Volgens Verlinden hebben zowel de Raad van State als correctionele en burgerlijke rechtbanken in België eerder geoordeeld dat de huidige wettelijke basis voor de coronamaatregelen wel voldoet. Verlinden zei ook dat de uitspraak niet betekent dat Belgen nu moeten stoppen met het naleven van de coronaregels. Er geldt in België, langer al dan in Nederland, onder meer een avondklok.

De uitspraak volgde op een kort geding dat de Liga voor de Mensenrechten, een onafhankelijke Belgische stichting die zich inzet voor de rechten van het individu of van de gemeenschap, had aangespannen. "We zeggen al zo lang dat de coronamaatregelen op juridisch drijfzand gebouwd zijn", zei voorzitter Kati Verstrepen van de Liga. "Dat is bijzonder gevaarlijk, want die maatregelen zijn nodig."

Volgens Verstrepen moet het niet moeilijk zijn voor de regering om binnen dertig dagen voor een degelijke juridische basis te zorgen. Er is al een voorontwerp van een pandemiewet. "Daarmee is het meeste werk al gedaan en moet de overheid dit op tijd kunnen afronden."

De rechtbank sommeert de Staat om binnen dertig dagen een eind te maken aan de coronamaatregelen, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag en tot een maximum van 200.000 euro.