Ongeveer de helft van alle basisscholen heeft vorige week een of meerdere klassen naar huis gestuurd om coronagerelateerde redenen, meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) dinsdag. Bij 1,3 procent van de scholen moesten zelfs alle leerlingen en docenten thuisblijven.

Basisscholen mochten vanaf 8 februari onder voorwaarden weer open. Zo moet een volledige klas in quarantaine als een van de klasgenoten of de docent positief op het coronavirus is getest.

Dat blijkt in de praktijk vaak voor te komen: volgens de peiling van de AVS stuurde 51 procent van de ruim veertienhonderd ondervraagde schooldirecteuren vorige week leerlingen naar huis. Terwijl 1,3 procent van de scholen de deuren volledig moest sluiten, kon 49 procent van de scholen wel alle klassen ontvangen.

De AVS schat dat bijna 220.000 van circa 1,6 miljoen basisschoolleerlingen thuis in quarantaine hebben gezeten. Volgens de organisatie tonen de cijfers aan dat onderwijspersoneel met voorrang zou moeten worden gevaccineerd tegen COVID-19.

Volgens voorzitter Petra van Haren is de druk op schoolleiders groot: "Ze zijn constant bezig vervangers te zoeken om te voorkomen dat kinderen naar huis moeten." Van de schoolleiders die aan de enquête meededen, moest 60 procent vorige week invallers inzetten. "Door het personeelstekort valt dat niet mee", aldus Van Haren.