Voormalig verkenner Kajsa Ollongren bleek donderdag positief te zijn getest op het coronavirus en verliet de Tweede Kamer daarom snel. Maar had ze niet al in quarantaine moeten zitten? Nee, zo blijkt. Waarom mocht ze wel van huis terwijl ze in afwachting van de uitslag een test was?

Ollongren, demissionair minister van Binnenlandse Zaken, had zich laten testen op het coronavirus omdat ze vrijdag de ministerraad had bijgewoond. Daar was onder anderen Mona Keijzer (demissionair staatssecretaris van Economische Zaken) aanwezig en die meldde maandag positief te zijn getest.

Omdat de bewindslieden zeiden niet langer dan een kwartier binnen 1,5 meter van elkaar te hebben gestaan, gelden ze als 'niet-nauwe contacten' van elkaar. Daardoor hoefden ze niet vijf dagen in quarantaine. Wel moesten ze in de gaten houden of ze klachten kregen en zich na vijf dagen laten testen op corona.

Die vijfde dag was woensdag, en donderdag bleek dat de testuitslag van Ollongren positief was. Omdat ze tot de groep 'niet-nauwe contacten' van Keijzer behoorde, hoefde ze in afwachting van die testuitslag ook niet thuis te blijven.

Sommige fractievoorzitters met wie Ollongren de afgelopen dagen heeft gesproken, kiezen ervoor om vrijwillig in quarantaine te gaan. Volgens het protocol is dat echter niet nodig, zegt een woordvoerder van het RIVM. "Ze (Ollongren, red.) heeft zich volgens mij aan het protocol gehouden. En dat protocol is er niet voor niets."

Tot nu toe is Ollongren het enige lid van de ministerraad dat na de vergadering met Keijzer met corona besmet bleek te zijn, al kan Ollongren het virus natuurlijk ook ergens anders hebben opgelopen.

Niet-nauwe contacten van Ollongren hoeven niet in quarantaine, maar moeten wel hun gezondheid in de gaten houden. Het advies is ook om vijf dagen na het contact met de voormalige D66-verkenner een test te doen. Dat advies geldt dus voor onder anderen ex-medeverkenner Annemarie Jorritsma en alle fractievoorzitters van partijen uit de Tweede Kamer.