Bij Lareb zijn sinds donderdag tien meldingen over trombose- of embolievorming na een vaccinatie met het AstraZeneca-coronavaccin binnengekomen. Het bijwerkingencentrum benadrukt dat het hierbij niet gaat om de zeldzamere vorm van trombose die elders in Europa is vastgesteld en zondag een reden was om de toediening van het vaccin in Nederland op te schorten. Het is nog niet bekend of er een oorzakelijk verband tussen de meldingen en het coronavaccin is.

De meldingen die Lareb tot nu toe heeft ontvangen, hebben betrekking op gevallen waarbij het toedienen van het AstraZeneca-vaccin mogelijk een rol heeft gespeeld bij de vorming van trombose of een embolie. Het bijwerkingencentrum ontving daar tien meldingen over na alle media-aandacht van vorige week.

"Deze meldingen worden verder onderzocht. Waar nodig wordt meer informatie opgevraagd om het beeld vollediger te krijgen", laat Lareb maandag weten. Vorige week werd één keer melding gemaakt van een verdenking van trombosevorming na het vaccin. Daarmee komt het totale aantal meldingen op elf te staan.

Bij deze tien gevallen wordt geen melding gemaakt van de ernstige vorm van trombose, waarbij ernstige verschijnselen van stolselvorming en een verlaagd aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) voorkomen.

Meldingen van deze zeldzame vorm van trombose uit Denemarken en Noorwegen hebben ervoor gezorgd dat het College ter Beoordeling Geneesmiddelen (CBG) zondag adviseerde de toediening van het AstraZeneca-vaccin op te schorten tot er meer duidelijkheid over een eventueel verband is.

Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) heeft dat advies zondagavond overgenomen. Uit voorzorg wordt het vaccin van AstraZeneca twee weken lang niet ingezet.