In het Verenigd Koninkrijk en Israël zijn inmiddels miljoenen mensen ingeënt tegen COVID-19. Hierdoor kan in de praktijk steeds beter worden onderzocht hoe vaak vaccins voorkomen dat mensen moeten worden opgenomen in het ziekenhuis of overlijden als gevolg van een coronavirusbesmetting.

Het is bewezen dat de vaccins van Pfizer en AstraZeneca helpen om COVID-19, de ziekte die door het coronavirus wordt veroorzaakt, te voorkomen. Recente onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk en Israël, waar al miljoenen mensen zijn gevaccineerd, bevestigen dit.

Bovendien laten deze praktijkonderzoeken zien dat de kans om in het ziekenhuis terecht te komen of te overlijden een stuk kleiner is als je ondanks vaccinatie tóch COVID-19 krijgt.

Eén prik biedt al bescherming

Het duurt ongeveer twee weken voordat een coronavaccin (in ieder geval een beetje) bescherming biedt. Dit is ook de oorzaak dat het even duurt voordat je het effect van een vaccinatiecampagne ziet.

De vaccins van Pfizer en AstraZeneca bestaan uit twee doses, maar op basis van gegevens van Engelse gevaccineerden concludeerden onderzoekers dat één dosis van het Pfizer-vaccin na twee weken al 60 tot 70 procent van de COVID-19-gevallen onder zeventigplussers kon voorkomen. Eén dosis van het AstraZeneca-vaccin had in Engeland een vergelijkbaar effect. Dit betekent dat zestig tot zeventig van de honderd zeventigplussers die normaal gesproken COVID-19 hadden gekregen, dankzij vaccinatie niet ziek werden.

Een tweede dosis van het Pfizer vaccin zorgt ervoor dat de bescherming beter wordt. In Israël zagen ze dat dit vaccin een week na de tweede dosis een effectiviteit van 94 procent had.

Vaccins houden veel ouderen uit ziekenhuis

De vaccins van Pfizer en AstraZeneca bieden dus bescherming tegen COVID-19, maar geen van de vaccins zorgt ervoor dat niemand meer COVID-19 krijgt.

De Engelsen constateerden wel dat de kans dat ouderen in het ziekenhuis belanden een stuk kleiner is als zij ondanks vaccinatie met één dosis Pfizer- of AstraZeneca-vaccin tóch COVID-19 krijgen. Ongevaccineerde ouderen met COVID-19 hadden 15 procent kans dat ze in het ziekenhuis moesten worden opgenomen; na één prik hadden ouderen met COVID-19 ongeveer 9 procent kans om in het ziekenhuis te worden opgenomen. Vaccinatie zorgde dus voor minder ziektegevallen, en de gevallen die er waren, waren minder vaak ernstig.

Iets noordelijker, in Schotland, is het beeld vergelijkbaar. Schotse onderzoekers bekeken hoe vaak één dosis van het Pfizer- of AstraZeneca-vaccin ziekenhuisopname voorkwam bij tachtigplussers. Eén dosis van een van deze twee vaccins verlaagde het risico op ziekenhuisopname vier weken na vaccinatie met ruim 80 procent.

Ook kans op overlijden kleiner

Niet alleen de kans op ziekenhuisopname wordt kleiner: ook de kans om te overlijden neemt af. Eén prik van het Pfizer-vaccin zorgde er in Engeland voor dat de kans dat een oudere met COVID-19 komt te overlijden 50 procent kleiner werd. Ook in Israël overleden na vaccinatie minder mensen aan COVID-19.

Het AstraZeneca-vaccin lijkt de sterfte ook te verlagen, maar er waren in het Verenigd Koninkrijk nog niet genoeg gegevens beschikbaar om hier conclusies over te trekken. In Israël wordt het vaccin van AstraZeneca niet gebruikt.

Ook naar het effect van coronavaccins op verspreiding wordt steeds meer onderzoek gedaan. Experts verwachten dat de vaccins verspreiding tegengaan. Lees hier wat we weten over de kans dat je na vaccinatie toch nog besmettlijk wordt.