De Gezondheidsraad schrijft woensdag dat er nog niet genoeg onderzoek is gedaan om te kunnen zeggen of het slikken van extra vitamine D-pillen COVID-19 kan voorkomen. Ouderen, kinderen tot vier jaar en mensen met een donkere huid wordt nog steeds wel aangeraden om vitamine D te slikken.

Demissionair staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft aan de Gezondheidsraad gevraagd of het zinvol is om vitamine D-pillen te slikken om COVID-19 te voorkomen. De Gezondheidsraad concludeert dat er geen aanleiding is om het huidige vitamine D-advies aan te passen.

Vitamine D kwam in de aandacht, omdat in enkele onderzoeken werd waargenomen dat mensen die met COVID-19 in het ziekenhuis belandden, minder vitamine D in hun lichaam hadden. Een nadeel aan dit soort observaties is volgens de Gezondheidsraad dat risicofactoren voor ernstige COVID-19, zoals een hoge leeftijd, vaak ook risicofactoren zijn voor een tekort aan vitamine D.

De Gezondheidsraad schrijft dat er nu zeker zes goed opgezette onderzoeken lopen naar het nut van vitamine D bij het voorkomen van COVID-19. Als deze onderzoeken uitwijzen dat extra vitamine D-slikken nut heeft tegen COVID-19, dan kan de Gezondheidsraad opnieuw een advies uitbrengen.

Vitamine D maak je vooral aan als je in de zon loopt. Daarnaast zit het ook in vette vis, eieren en vlees.

Op dit moment geldt voor heel veel mensen al een advies om extra vitamine D te slikken. Dit advies is er vooral vanwege het belang van vitamine D voor de botten. Vrouwen ouder dan vijftig, mensen ouder dan zeventig, kinderen tot vier jaar, mensen met een donkere huidskleur en iedereen die weinig buitenkomt wordt al aangeraden om extra vitamine D te slikken. De Gezondheidsraad waarschuwt dat er door de coronamaatregelen mogelijk meer mensen zijn die niet of amper buitenkomen en daardoor mogelijk te weinig vitamine D binnenkrijgen.