Steeds meer Nederlanders die besmet raken met het coronavirus, hebben de Britse variant daarvan te pakken. Volgens de meest recente schattingen is minstens twee op de drie infecties 'Brits'. Toch werd dat aandeel pas later bereikt dan verwacht. Hoe kan dat?

Nadat de eerste besmetting met de Britse variant in Nederland werd vastgesteld, werden strenge maatregelen genomen. Deze maatregelen, waaronder het verlengen van de lockdown en de invoer van de omstreden avondklok, moesten ervoor zorgen dat de verdere verspreiding van de besmettelijkere mutatie beperkt bleef, én dat de ziekenhuizen straks de toenemende druk door patiënten met de Britse mutatie aan zouden kunnen.

Want hoewel de variant halverwege januari nog maar voor een paar procent verantwoordelijk was voor het totale aantal positieve tests, was de verwachting dat dit snel zou stijgen en dat de Britse mutatie de overhand zou krijgen in Nederland. Het RIVM schatte bijvoorbeeld op 2 februari dat toen al twee derde van de gemelde besmettingen van die week de Britse variant betroffen.

Die schatting van hoe het begin februari was, werd afgelopen week echter naar beneden bijgesteld tot grofweg 50 procent. Pas sinds 12 februari zouden we op twee derde zitten. Hoe zit dat?

RIVM past berekeningen aan op nieuwe informatie

Het RIVM schat het aandeel van de Britse variant in op basis van steekproeven in het laboratorium, kiemsurveillance genoemd. Bij het afnemen van een coronatest kan namelijk niet meteen worden gezien welke variant van het virus iemand heeft opgelopen en daarom worden de positieve samples steekproefsgewijs geanalyseerd in het laboratorium. Het is daarbij ook goed om te bedenken dat er tussen het afnemen van een coronatest en deze analyse zo'n twee tot drie weken kan zitten.

Deze kiemsurveillance is de afgelopen tijd steeds meer uitgebreid. Waar half december in een week tijd nog 91 van dergelijke testen werden uitgevoerd, is dit aantal inmiddels gestegen naar enkele honderden per week. En omdat de grootte van de steekproef aan het toenemen is, kan het RIVM een nauwkeurigere inschatting maken. Ook eerdere schattingen, zoals die van 2 februari, kunnen in de loop van de tijd veranderen door nieuwe informatie.

Waarom een besmettelijkere coronavariant erger is dan een dodelijkere
99
Waarom een besmettelijkere coronavariant erger is dan een dodelijkere

'Vraag is of dit de stijging is die we hadden verwacht'

Heeft het RIVM het aandeel van de Britse variant dan te hoog ingeschat? In eerste instantie lijkt het daar wel op. "Je kan je wel afvragen of dit de stijging is die we hadden verwacht", aldus RIVM-woordvoerder Geert Westerhuis. Het wetenschappelijke instituut baseert zijn modellen op de laatste stand van de wetenschap en de cijfers die er zijn, legt hij uit.

Waarom het aandeel van de Britse variant begin februari lager was dan aanvankelijk werd verwacht, wordt nog onderzocht. "Het zal te maken hebben met de grootte van de steekproef, maar er kunnen ook eventueel andere factoren meespelen die van invloed kunnen zijn op de besmettelijkheid van de variant."

Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de maatregelen net zo goed werken tegen de 'normale varianten' als tegen de mutaties.

Reproductiegetal Britse variant nog altijd boven de 1

Ondanks dat het aandeel van de Britse variant minder groot blijkt te zijn dan eerder werd verwacht, raken wel nog altijd steeds meer mensen besmet met de mutatie, ziet het instituut. Hoewel het reproductiegetal (het aantal mensen dat een geïnfecteerd persoon gemiddeld besmet) van de 'normale varianten' deze week wederom onder de 1 lag, lag deze R-waarde van de Britse variant nog steeds ruim boven de 1.

"We hebben de afgelopen tijd een afname in het aantal positieve tests gezien, maar die afname was alleen maar toe te schrijven aan een afname in de klassieke varianten", zegt Westerhuis. "Wanneer we alleen te maken hadden gehad met deze 'normale varianten', dan waren de cijfers veel sneller gedaald dan nu het geval is geweest. Nu heeft de afname van de klassieke varianten de opmars van de Britse variant gecamoufleerd."

Dat de Britse variant begin februari kleiner was dan werd verwacht, betekent dus niet automatisch dat de maatregelen eerder versoepeld kunnen worden. "Feit is dat we nu nog steeds hetzelfde aantal positieve tests zien als vorige week en dat het reproductiegetal weer is gestegen", aldus Westerhuis. "Grote kans dat dat gaat stijgen als de maatregelen niet nageleefd worden."

Verbetering: In een eerdere versie van dit bericht stond vermeld dat momenteel (naar schatting) ongeveer de helft van de besmettingen een Britse variant betreft. Dit cijfer was onjuist. Op 12 februari was al twee derde van de besmettingen 'Brits': 66,6 procent. Van de dagen daarna zijn nog geen schattingen gemodelleerd, maar de verwachting is dat het aandeel sindsdien nog verder is toegenomen.