De mogelijk mindere werking van het AstraZeneca-vaccin tegen de Zuid-Afrikaanse coronavariant is momenteel geen reden om het middel niet meer te gebruiken. Het Outbreak Management Team (OMT) schrijft dit woensdag in een advies aan het kabinet.

De Zuid-Afrikaanse variant is momenteel 54 keer in Nederland vastgesteld. Onlangs besloten de autoriteiten in Zuid-Afrika op basis van een nieuwe studie om af te zien van het gebruik van vaccins van AstraZeneca, omdat die daar minder goed zouden werken.

Volgens het OMT biedt het vaccin van AstraZeneca en de University of Oxford wel bescherming tegen de klassieke en de Britse variant. Meer dan de helft van alle positief geteste mensen heeft deze besmettelijkere variant.

"De winst die behaald kan worden door het AstraZeneca-Oxford-vaccin snel in te zetten tegen deze in Nederland dominante varianten is groot en weegt momenteel op tegen de onzekere werkzaamheid van het vaccin tegen ernstige COVID-19 veroorzaakt door de Zuid-Afrikaanse variant", schrijft het OMT.

'Ontbreken van kennis geen reden om vaccin niet in te zetten'

Volgens het adviesteam is onvoldoende duidelijk wat de gevolgen zullen zijn voor Nederland, dat het AstraZeneca-vaccin op grote schaal wil inzetten, als in de toekomst de Zuid-Afrikaanse variant hier vaker voorkomt.

"Het ontbreken van deze kennis kan nu geen reden zijn om het vaccin niet in te zetten", aldus het OMT, dat van mening is dat het "niet inzetten van dit vaccin leidt tot een ongewenste en onnodige vertraging in de uitvoering van de vaccinatiestrategie".

Het AstraZeneca-vaccin wordt sinds begin deze week via de huisartsen toegediend aan mensen die in 1956 of 1957 geboren zijn. Ook gaat het middel naar mensen met het syndroom van Down en morbide obesitas.

Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn
112
Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn