In totaal 8,5 miljard euro wordt gestoken in het Nationaal Programma Onderwijs. Daarmee moeten in 2,5 jaar de door de coronacrisis veroorzaakte achterstanden in het onderwijs worden ingelopen. Een overzicht van de maatregelen die de leerachterstand moeten wegwerken.

Basisscholen en middelbare scholen:

  • Elke basisschool ontvangt gemiddeld 180.000 euro extra. Voor iedere middelbare school is die extra steun gemiddeld 1,3 miljoen euro.
  • Met dat geld kunnen scholen leerlingen die het extra lastig hebben helpen. Scholen kunnen zelf kiezen op welke manier. Ze kunnen kiezen uit een "menukaart", waarop maatregelen staan die bewezen effect hebben. Wetenschappers hebben die menukaart samengesteld.
  • Scholen kunnen een gedeelte van de zomervakantie openblijven om leerlingen extra les te geven. Als docenten in de vakantie willen werken, krijgen ze extra betaald.
  • Ook in het weekend kan les worden gegeven aan leerlingen die extra les nodig hebben. Dat gebeurt in kleine groepjes.
  • Om met het geven van die extra lessen de druk op docenten niet nog meer te verhogen moet er extra personeel op scholen komen. Dat kunnen vakleerkrachten zijn, maar ook studenten, onderwijsassistenten en ander ondersteunend personeel.
  • Middelbare scholen krijgen vanaf komend schooljaar een bonus als ze brede brugklassen creëren. Denk aan een klas met vmbo- en havoleerlingen. Daardoor moeten leerlingen langer de tijd krijgen om te zien op welk niveau ze thuishoren.

Middelbaar en hoger (beroeps)onderwijs:

  • Elke student hoeft maar de helft van het college-, cursus- of lesgeld te betalen.
  • Studenten die hun aanvullende beurs of studiefinanciering dreigen te verliezen ontvangen compensatie.
  • Wie studievertraging oploopt kan de OV-kaart een jaar langer gebruiken.
  • Onderzoekers ontvangen in totaal 162 miljoen euro, zodat ze hun onderzoek kunnen afronden en les kunnen blijven geven.
  • Studenten gaan door docenten en studiebegeleiders beter begeleid worden.
  • De subsidie voor stageplekken wordt verhoogd, zodat meer studenten hun vak in de praktijk kunnen leren.
  • Het kabinet onderzoekt of op korte termijn fysiek onderwijs weer mogelijk is.