De huisartsen gaan maandag de eerste kwetsbaren vaccineren tegen COVID-19, meldt het RIVM vrijdag. De eerste prikken zijn voor mensen die zijn geboren in 1956 of 1957. Ook mensen met het syndroom van Down en morbide obesitas komen in deze vaccinatieronde aan de beurt.

Mensen van 60 tot en met 64 jaar en mensen met een hoog risico op een ernstig ziekteverloop worden op advies van de Gezondheidsraad versneld gevaccineerd met het vaccin van AstraZeneca. Het gaat in totaal om ruim één miljoen mensen. Verder worden ook praktijkmedewerkers gevaccineerd.

Het RIVM meldt dat vanwege de beperkte hoeveelheid vaccins is besloten om eerst een deel van de ouderen uit te nodigen bij de huisarts. Om die reden wordt ook een regionale aanpak gehanteerd. De huisartsen in Zeeland zetten maandag de eerste prikken, waarna hun collega's in Limburg later in de week volgen.

"Hierna wordt zo veel mogelijk van de zuidelijke naar de noordelijke provincies gewerkt", meldt het RIVM. "Het streven is deze hele eerste doelgroep en de hoogrisicogroepen in februari en maart uit te nodigen, met een mogelijke uitloop naar april."

Een andere groep die volgens de Gezondheidsraad een hoog risico heeft op een ernstig ziekteverloop, zijn mensen met een neurologische aandoening in combinatie met ademhalingsproblemen. Het RIVM meldt dat over die mensen nog overleg plaatsvindt met medisch specialisten en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).