Geen enkel coronavaccin beschermt je voor 100 procent. Waarom werkt vaccinatie bij de een beter dan bij de ander? En kun je nagaan wat het effect van het vaccin bij jou is?

Vrijdag zijn we in Nederland begonnen met inenten met het vaccin van AstraZeneca.

Volgens het Europese medicijnagentschap is aangetoond dat dit vaccin voor 60 procent effectief is. Dit betekent dat zestig van de honderd mensen die normaal gesproken COVID-19 zouden krijgen, dankzij hun vaccinatie géén COVID-19 krijgen. Bij het Pfizer-vaccin gaat het om 95 procent, en bij de Moderna-prik om 94 procent.

Naar aanleiding van dit cijfer vroeg een NU.nl-lezer zich af of te controleren is of jijzelf hoort bij de groep die na vaccinatie niet meer ziek wordt. NU.nl vroeg dit aan Cécile van Els, hoogleraar Vaccinologie aan de Universiteit Utrecht.

Zo wordt de effectiviteit van een coronavaccin bepaald
74
Zo wordt de effectiviteit van een coronavaccin bepaald

Waarom zijn er verschillen?

Waar ligt het eigenlijk aan dat de ene persoon na vaccinatie geen COVID-19 meer krijgt, maar de andere nog wel? Van Els legt uit dat meerdere dingen een rol spelen. Zo kunnen bijvoorbeeld genetische aanleg, leeftijd en je gezondheid in het algemeen invloed hebben op je afweersysteem en dus op hoe goed vaccins bij jou aanslaan.

Als je gevaccineerd wordt, dan train je je immuunsysteem. Een belangrijk gevolg van deze training is dat je antistoffen tegen het coronavirus aanmaakt. Een bepaald type antistoffen, zogenaamde neutraliserende antistoffen, is in staat om het coronavirus snel onschadelijk te maken als je ermee in aanraking komt. Deze antistoffen helpen dus te voorkomen dat je ziek wordt, blijkt ook uit onderzoek.

Geen grenswaarde bekend

Van Els legt uit dat je het best naar deze neutraliserende antistoffen kunt kijken als je wil weten of iemand door vaccinatie helemaal beschermd is tegen COVID-19. We weten echter nog niet exact hoeveel neutraliserende antistoffen genoeg zijn om helemaal geen risico meer te lopen.

Er zijn volgens Van Els meerdere manieren om hierachter te komen. Zo zou je onderzoek kunnen doen met vrijwilligers die allemaal antistoffen tegen het coronavirus hebben, maar niet allemaal evenveel. Vervolgens zou je ze bewust kunnen blootstellen aan het coronavirus. Hierdoor kun je kijken bij welke personen het coronavirus nog wel tot klachten leidt en bij welke personen niet. Op basis van dit soort onderzoek zou je moeten kunnen ontdekken hoeveel neutraliserende antistoffen je moet hebben om helemaal beschermd te zijn.

Maar zover zijn we dus nog niet. Het is volgens Van Els nu niet mogelijk om na te gaan of jij na vaccinatie geen last van het coronavirus meer kan krijgen.

Verschil tussen milde en ernstige infectie

Als je na vaccinatie toch COVID-19 krijgt, dan betekent dit trouwens niet dat het vaccin bij jou helemaal niets heeft gedaan. Het is mogelijk dat het vaccin bij jou niet voorkwam dat je klachten kreeg, maar dat je wel ernstiger ziek werd.

Van Els legt uit dat het het virus waartegen is gevaccineerd soms toch lukt om 'voet aan de grond' te krijgen in jouw lichaam, zelfs als vaccinatie het immuunsysteem heeft getraind. "Er ontstaat een kleine lokale infectie, die milde verschijnselen kan veroorzaken." Milde verschijnselen zijn bijvoorbeeld een snotneus en een pijnlijke keel.

De training die je immuunsysteem heeft gehad, kan vervolgens wel helpen om deze lokale infectie te bestrijden en kan mogelijk voorkomen dat je ernstig ziek wordt.