Vrijwel alle basisscholen zijn inmiddels weer open voor fysiek onderwijs, blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder duizend basisschooldirecteuren. Toch hebben veel basisscholen moeite om volgens alle coronaregels te werken. Zo lukt het 59 procent van de scholen niet om kinderen in aparte groepjes te laten werken.

Bij 30 procent lukt dit enigszins en bij slechts 7 procent lukt het prima, aldus de AVS. Die maatregel is er om te voorkomen dat een hele klas in isolatie moet als een leerling besmet raakt met het coronavirus.

Op 53 procent van de scholen dragen leraren en leerlingen in groep 7 en 8 een mondkapje; 49 procent doet dit alleen op de gang, de overige 4 procent draagt het mondkapje ook in de klas. Op 47 procent van de scholen wordt helemaal geen mondkapje gedragen. Volgens de richtlijn moeten kinderen een mondkapje dragen als ze niet op hun plek zitten en onderling geen afstand kunnen houden.

Negen van de tien schoolleiders zeggen zich goed te hebben voorbereid op de heropening, hoewel een deel eerder nog liet weten langer de tijd nodig te hebben. Onderwijspersoneel is iets minder positief: 21 procent vindt dat er meer maatregelen moeten worden genomen.

Volgens de AVS opende bijna de helft van de scholen (49 procent) maandag weer de deuren. De rest volgde dinsdag (47 procent) en woensdag (bijna 4 procent). 89 procent van de scholen geeft volledig fysiek onderwijs, zo'n 10 procent werkt met een combinatie met thuisonderwijs en slechts 0,4 procent geeft nog steeds alleen op afstand les.

AVS-voorzitter Petra van Haren zegt blij te zijn dat zo veel basisscholen weer open zijn. "We zien dat scholen het in het belang van de leerlingen gewoon zijn gaan doen." Toch bestaan er onder leraren nog altijd zorgen over de veiligheid. Zo'n 6,4 procent van de docenten blijft vanuit huis werken en 1,2 procent van de leraren is niet beschikbaar.