Het vaccin van AstraZeneca zal in eerste instantie worden ingezet bij mensen van 60 tot en met 64 jaar en werknemers in de langdurige zorg. Dat heeft demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) vrijdag bekendgemaakt.

De Gezondheidsraad, adviseerde donderdag het vaccin in eerste instantie voor mensen van 60 tot en met 64 jaar in te zetten, en niet voor 65-plussers. Het adviesorgaan stelt dat over de werking en effectiviteit van het middel bij 65-plussers nog te weinig bekend is.

Bij vaccinstudies zouden relatief weinig vrijwilligers uit die leeftijdsgroep deelgenomen hebben. Dat was ook de reden voor landen om ons heen, zoals Duitsland en België, om het vaccin niet aan deze doelgroep te geven.

Ook bij 60 tot 65-jarigen zijn nog weinig gegevens voorhanden om de effectiviteit van het middel te bepalen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt echter dat het inenten van die leeftijdsgroep op korte termijn ziekenhuisopnames en sterfte door COVID-19 kan voorkomen. Daar sloot de Gezondheidsraad zich bij aan.

Ten slotte zijn ook onvoldoende gegevens beschikbaar over de werking van het middel bij 56- tot 60-jarigen. Deskundigen verwachten echter dat het AstraZeneca-vaccin een vergelijkbare immuunrespons teweeg zal brengen als bij 18- tot 55-jarigen.

Nederland ontvangt voorlopig minder AstraZeneca-vaccins dan verwacht

Vanwege leveringsproblemen bij de farmaceut krijgt Nederland, net als de hele EU, op korte termijn minder doses van het Brits-Zweedse vaccin binnen dan vooraf gedacht. De Jonge verwacht een levering van een miljoen tot 1,5 miljoen doses in het eerste kwartaal. Nederland ontvangt in totaal 11,6 miljoen doses van het AstraZeneca-vaccin.

Het Europese geneesmiddelenbureau (EMA) keurde het coronavaccin van AstraZeneca vorige week goed voor de Europese markt.

Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn
112
Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn