Janssen Biotech heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) om versnelde toestemming gevraagd om het coronavaccin van de Leidse farmaceut op de markt te brengen. Dat maakte het Amerikaanse moederbedrijf Johnson & Johnson (J&J) donderdagavond bekend.

De Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit gaat nu de data van het bedrijf analyseren en vervolgens een advies uitbrengen. Een adviescomité van de FDA heeft een vergadering ingepland op 26 februari. De farmaceut hoopt in maart te kunnen beginnen en zegt klaar te staan om direct te leveren.

De Verenigde Staten hebben 100 miljoen doses van het vaccin van J&J besteld voor een bedrag van ruim 1 miljard dollar (zo'n 840 miljoen euro) en opties voor nog eens 200 miljoen prikken. De Europese Unie heeft 200 miljoen doses aangekocht, waarvan Nederland er dit jaar 11,3 miljoen krijgt. J&J verwacht in de komende weken een vergunning aan te vragen bij het Europese geneesmiddelenbureau EMA.

Het bedrijf meldde een week geleden dat zijn coronavaccin 66 procent bescherming biedt tegen COVID-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus. Dat percentage is flink lager dan de inmiddels goedgekeurde vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna, die beide ongeveer 90 procent bescherming bieden. J&J benadrukt dat het vaccin wel voor 85 procent beschermt tegen ernstige COVID-19.

Slechts één prik nodig

Het grote voordeel van het Leidse vaccin is dat er maar één prik hoeft te worden gezet, in tegenstelling tot de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. Dat zou de vaccinstrategie van veel landen kunnen versimpelen.

Het coronavaccin is gebaseerd op een verkoudheidsvirus dat bij mensen voorkomt. Dit virus is aangepast, zodat je er niet ziek van kunt worden én het ervoor zorgt dat er in het lichaam stukjes van het coronavirus worden aangemaakt. Die stukjes zorgen ervoor dat je afweer opbouwt.