Na één prik met het AstraZeneca-vaccin is een persoon tot drie maanden voor 76 procent beschermd tegen het coronavirus. De kans om iemand anders te besmetten, is 67 procent kleiner dan bij iemand die niet ingeënt is. Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerde studie in het gerenommeerde Britse medische tijdschrift The Lancet, meldt Sky News dinsdag.

Na de tweede dosis is de werkzaamheid van het vaccin 82,4 procent, schrijven de onderzoekers van de University of Oxford. Bij mensen die de tweede prik na zes weken kregen, was die bescherming 54,9 procent.

In het Verenigd Koninkrijk wordt momenteel gekeken of de tweede prik uitgesteld kan worden tot drie maanden na de eerste dosis.

Uit twee grote studies blijkt dat het AstraZeneca-vaccin 60 procent van de mensen van achttien jaar of ouder bescherming tegen de ziekte biedt na besmetting met het virus. Dit betekent dat nog veertig van de honderd mensen die zonder het vaccin COVID-19 zouden krijgen, na vaccinatie ook nog ziek worden. Het vaccin biedt mensen die toch ziek worden 85 procent bescherming tegen ernstigste verschijnselen waardoor zij naar het ziekenhuis moeten (of erger).

Doordat de meeste deelnemers aan de studies rond het AstraZeneca-vaccin jonger waren, is er nog weinig bewijs voor de werking bij 55-plussers.

Het AstraZeneca-vaccin is afgelopen vrijdag vrijgegeven in de Europese Unie. Het Verenigd Koninkrijk keurde het vaccin van AstraZeneca in december als eerste land goed. Het middel wordt al volop ingespoten bij de Britse bevolking.

Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn
112
Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn