Het coronavaccin dat door farmaceut Janssen uit Leiden is ontwikkeld, biedt 66 procent bescherming tegen COVID-19, meldt moederbedrijf Johnson & Johnson vrijdag op basis van proeven. Nederland heeft 11,3 miljoen doses van dit vaccin besteld.

Het percentage is flink lager dan bij de al goedgekeurde vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. Die bieden volgens onderzoek ongeveer 90 procent bescherming.

Volgens Johnson & Johnson biedt het vaccin van Janssen wel voor 85 procent bescherming tegen ernstige COVID-19.

Uit proeven in de Verenigde Staten kwam naar voren dat het vaccin gemiddeld voor 72 procent effectief was. Uit de wereldwijde testen, waarbij het vaccin ook op meerdere varianten werd getest, bleek het vaccin 66 procent bescherming te bieden.

In Zuid-Afrika, waar een zorgwekkende variant van het virus circuleert (ook wel de Zuid-Afrikaanse variant of mutatie genoemd), was het beschermingsniveau van het Janssen-vaccin 57 procent. Dat betekent volgens de fabrikant dat het vaccin goed werkt tegen deze variant. Wereldgezondheidsorganisatie WHO eist een minimale werkzaamheid van 50 procent.

Aan de klinische proeven deden in totaal 43.783 deelnemers mee. Een deel kreeg het vaccin toegediend en een ander deel een zoutoplossing als placebo. Van alle proefpersonen hoefde niemand op de intensive care opgenomen te worden of aan de beademing gelegd te worden.

Eén prik is voldoende

Het Janssen-vaccin is gebaseerd op een verkoudheidsvirus dat bij mensen voorkomt. Dit virus is aangepast, zodat je er niet ziek van kunt worden én het ervoor zorgt dat er in het lichaam stukjes van het coronavirus worden aangemaakt. Die stukjes zorgen ervoor dat je afweer opbouwt.

De prik lijkt sterk op het vaccin van AstraZeneca, met als verschil dat het AstraZeneca-vaccin een virus bevat dat voorkomt bij chimpansees.

Als alles meezit, komt het Janssen-vaccin in maart beschikbaar. Nederland krijgt in eerste instantie drie miljoen doses waarmee verschillende groepen worden ingeënt. Bij dit vaccin is één dosis voldoende.