Reizigers die uit hoge risicogebieden in het buitenland terugkeren naar Nederland, moeten alsnog bewijs van een negatieve coronatest laten zien. Het kabinet laat zondag in een verklaring weten deze verplichting door te voeren met de spoedwet, nadat het vorige week een kort geding hierover had verloren.

Vanwege het grote belang dat het kabinet hecht aan de negatieve PCR-testuitslag, is de verplichting met "de grootst mogelijke spoed" opgenomen in de Wet publieke gezondheid, schrijft de regering.

De snelle verandering van de wet is mogelijk dankzij een ministeriële regeling onder de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, ook wel de spoedwet genoemd. Op "korte termijn" wordt het besluit "ter advisering" voorgelegd aan het parlement en de Raad van State.

Het kabinet gaat ook in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter, liet het eerder weten. Die stelde vorige week eisers, die geen coronatest wilden afnemen voor hun vlucht vanuit Tanzania naar Nederland op 3 januari, in het gelijk.

Het kort geding werd volgens de NOS aangespannen door Jeroen Pols, de jurist van actiegroep Viruswaarheid. Hij is samen met zijn gezin op vakantie in het Afrikaanse land.

Het kabinet houdt vast aan de maatregel, omdat de "epidemiologische situatie in Nederland zeer ernstig is", liet minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) eerder weten. "Bovendien is er een besmettelijkere variant van het coronavirus aanwezig in een aantal landen. Daarom is het van groot belang dat zo veel mogelijk wordt voorkomen dat het virus vanuit het buitenland Nederland binnenkomt".