Het vaccineren in Nederland komt deels zo laat op gang doordat lange tijd een andere vaccinatiestrategie was voorbereid, zegt het RIVM woensdag in gesprek met NU.nl. Toen het Pfizer-vaccin, dat minder geschikt is voor verspreiding in verpleeghuizen en bij huisartsen, plots snel klaar bleek, moest de strategie worden omgegooid.

"Het AstraZeneca-vaccin liep lange tijd voorop", zegt Hans van Vliet, programmamanager van het Rijksvaccinatieprogramma. "Vanuit die gedachte is het heel logisch om te zeggen: we gebruiken het AstraZeneca-vaccin via de infrastructuur waar we in Nederland al veel ervaring mee hebben (voor bijvoorbeeld de griepprik, red.)."

De praktijk bleek anders: niet het voor verpleeghuizen en huisartsen geschikte AstraZeneca won de race, maar het Pfizer-vaccin, dat bij -70 graden Celcius bewaard moet worden en alleen per duizend stuks wordt geleverd. Dat maakt het vooral geschikt voor grootschalige inentingscampagnes in bijvoorbeeld sporthallen. En dus niet voor kwetsbare ouderen, maar voor gezonde mensen die gemakkelijk naar zo'n locatie kunnen komen.

Methode Pfizer-vaccin was onbekend terrein

"Over de mRNA-vaccins (onder meer van Pfizer en Moderna, red.) kon niemand iets zinnigs zeggen. Ze worden kleinschalig en experimenteel voor kankerbehandelingen gebruikt, maar zijn nog nooit tegen infectieziekten ingezet", blikt Van Vliet terug.

Toen bleek dat de mRNA-vaccins boven verwachting effectief waren én eerder geleverd konden worden dan de inentingen van AstraZeneca, moest het RIVM de vaccinatiestrategie omgooien.

"Er is toen gekeken naar hoe we het Pfizer-vaccin konden inpassen in het vaccinatielandschap. Maar je moet wel zeker weten of iets wel of niet lukt en daar heb je soms echt meer informatie voor nodig", vertelt Jaap van Delden, bij het RIVM programmadirecteur COVID-19-vaccinatie.

"Ik krijg bijna dagelijks per farmaceut wisselende informatie over hoeveel er komt en wanneer. Het is bijsturen op de informatie die je krijgt. Ik zou het liefst één verhaal vertellen: zo gaan we het doen en klaar, maar dat is niet voor elkaar te krijgen omdat de wereld niet voorspelbaar is."

Toen bleek dat het Pfizer-vaccin eerder kon worden geleverd, moest het RIVM de strategie omgooien.

Toen bleek dat het Pfizer-vaccin eerder kon worden geleverd, moest het RIVM de strategie omgooien.
Toen bleek dat het Pfizer-vaccin eerder kon worden geleverd, moest het RIVM de strategie omgooien.
Foto: ANP

'Geen wedstrijd wie als eerste is begonnen'

Toch slagen andere EU-landen, die in dezelfde situatie zitten, erin om eerder te starten met vaccineren dan Nederland. Dinsdag is Ierland als voorlaatste in de EU begonnen met vaccineren. Nederland sluit de rij door op 8 januari te starten met prikken. Pas op 18 januari worden op alle 25 opgezette GGD-locaties inentingen uitgedeeld.

"Ik begrijp de onrust wel, maar het is echt een enorm ingewikkelde puzzel. Het is voor ons ook niet een wedstrijd wie er als eerste begonnen is in Europa", zegt Van Delden.

"Wat vooral telt is hoe snel je welke vaccinatiegraad bereikt", vult zijn collega Van Vliet aan. "Over zes tot negen maanden zal voor alle Europese landen gelden dat ze een groot deel van hun bevolking gevaccineerd hebben. Mijn verwachting is dat we van alles waar we nu een vergrootglas op leggen dan niets meer terugzien."

Oost-Europese landen gebruiken Pfizer-prik niet

Volgens de deskundigen van het RIVM worstelen andere Europese landen ook met het vaccinatieproces. "Misschien bestaat in Nederland het beeld dat andere landen op hun gemakje het programma uitrollen, maar dat is niet het beeld dat wij krijgen uit onze internationale contacten", legt Van Delden uit.

Er zijn zelfs Oost-Europese landen die het Pfizer-vaccin niet gaan gebruiken, zegt Van Vliet. "Die hebben het wel ingekocht, maar zeggen dat andere Europese landen het mogen gebruiken omdat ze niet zien hoe ze het moeten toepassen."

In Duitsland kan het Pfizer-vaccin wel aan verpleeghuisbewoners worden gegeven, omdat ze daar mobiele vaccinatie-units inzetten.

Volgens Van Vliet hebben de Duitsers "van de nood een deugd gemaakt". "In Duitsland kennen ze geen rijksvaccinatieprogramma zoals Nederland. Prikken haal je op bij de huisarts en de verzekeraar vergoedt. Duitsland zag al snel dat het een aparte organisatie moest opbouwen. Dat hebben ze gedaan met grote plekken, aangevuld met mobiele teams."

Ook Nederland denkt volgens Van Delden na over de inzet van mobiele units, maar hij kan nog niet zeggen op welke termijn dat moet gebeuren.

Van Delden snapt de kritiek op de trage vaccinatiestart, "maar ik denk dat het óók goed is om de zaken een beetje in proportie te blijven zien", zegt hij. "Een operatie die normaal gesproken jaren duurt, doen we nu in enkele maanden. De kritiek is soms ook wel een tikje zwaar aangezet."

Zo moet het Pfizer-vaccin het coronavirus in je lichaam bestrijden
59
Zo moet het Pfizer-vaccin het coronavirus in je lichaam bestrijden