Nadat de Britse mutatie van het coronavirus is opgedoken op een Nederlandse basisschool, heeft het kabinet het Outbreak Management Team (OMT) gevraagd een advies te geven over een intensiever testbeleid voor kinderen. Dat maakte minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) woensdagavond bekend na afloop van coronaoverleg met een deel van het kabinet.

Eerder deze week werd bekend dat de Britse mutatie van het coronavirus tot nu toe bij elf mensen in Nederland is vastgesteld. Het gaat om vijf gevallen in de regio Amsterdam, één in Nijmegen en een cluster op een basisschool in de regio Rotterdam.

Naar dit cluster wordt uitvoerig onderzoek gedaan omdat de verspreiding bij deze variant anders lijkt te zijn dan tot nu toe bekend voor de andere coronavirusstammen. Inmiddels zijn er een "serieus aantal mensen" positief getest op de variant, aldus De Jonge.

Hoeveel dit er precies zijn en op welke snelheid het virus zich precies verspreidt, wordt op dit moment nog onderzocht. De minister hoopt hier volgende week meer duidelijkheid over te kunnen geven.

OMT komt waarschijnlijk volgende week met advies

Omdat de variant zich makkelijker lijkt te kunnen verspreiden onder kinderen, heeft het kabinet het OMT gevraagd een advies te geven over een strenger testbeleid voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Het OMT brengt hier naar verwachting volgende week een advies over uit, "en dat zullen we uiteraard overnemen", aldus De Jonge.

Kinderen tot en met zes jaar hoeven bij klachten in principe niet getest te worden. Oudere kinderen tot twaalf jaar mogen wel getest worden, maar voor hen geldt alleen een dringend advies als ze ook koorts hebben of benauwd zijn.

Wat de verspreiding van de Britse coronavariant betekent voor het mogelijk eerder openen van basisscholen, maakt het kabinet donderdag bekend. De scholen zouden tot 18 januari gesloten blijven, maar de Tweede Kamer heeft premier Mark Rutte opgeroepen te kijken of dat voor basisscholen niet al eerder kan.