Negen van de tien coronabrandhaarden in Nederland zijn christelijke gemeenten, bevestigt het RIVM woensdag na berichtgeving door Trouw. Het gaat om Urk, Bunschoten, Altena, Wierden, Woudenberg, Rhenen, Veenendaal, Scherpenzeel en Zaltbommel.

Om te bepalen of een gemeente wel of niet christelijk is, heeft het RIVM gekeken naar het stemgedrag van de inwoners. Uiteindelijk zijn 42 gemeenten geselecteerd waar bij de laatste verkiezingen meer dan 20 procent van de stemmen naar de SGP of ChristenUnie ging.

Van de twintig gemeenten met de meeste besmettingen per 100.000 inwoners zijn veertien christelijk, blijkt uit berekeningen van het RIVM. Binnen de top tien zijn het er zelfs negen.

"Zorgwekkend is wat overdreven, maar we zien deze trend wel", zegt Susan van den Hof, epidemioloog bij het RIVM, in gesprek met Trouw. "En daarom lijkt het me goed, zonder stigmatiserend te willen zijn, om het te benoemen."

Van den Hof plaatst wel een kanttekening bij de gegevens: het is niet bekend hoe de positieve coronatests binnen een gemeente verdeeld zijn. "Maar het is aannemelijk dat de christelijke gemeenschappen de verklarende factor zijn, omdat het verband anders niet zo duidelijk was."

Mogelijke oorzaken voor vele besmettingen

De epidemioloog noemt verschillende mogelijke oorzaken. De gezinnen zijn vaak groter, waardoor een geïnfecteerde persoon thuis meer familieleden kan besmetten. Daarnaast werken mensen in deze gemeenten vaak bij hetzelfde bedrijf, zegt Van den Hof. Ook speelt het kerkbezoek mogelijk een rol, maar alleen als mensen zich niet aan de regels houden.

Als laatste mogelijk oorzaak noemt de epidemioloog scholieren. Van den Hof: "Leerlingen van reformatorische scholen komen uit verschillende gemeenten bij elkaar en kunnen met hun reisgedrag voor een grote verspreiding zorgen."