De inhaalslag van ziekenhuiszorg leek vorige maand voorbij te zijn, meldt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vrijdag. Door de coronacrisis kwam eerder dit jaar een deel van de zorg in ziekenhuizen en zelfstandige klinieken stil te liggen, waardoor een inhaalslag nodig was.

Het aantal patiëntcontacten en het aantal behandelingen waren in oktober weer op het niveau van voorgaande jaren, terwijl het in september drukker was dan normaal. In de cijfers van vorige maand is niet te zien dat de ziekenhuiszorg breed was afgeschaald, meldt de NZa.

Het aantal operaties ligt weer op het normale niveau, terwijl het er in de zomer meer waren dan gebruikelijk. Alleen bij cardiologie was het aantal operaties in oktober nog groter dan in voorgaande jaren. De NZa vermoedt dat dit komt door het inhalen van uitgestelde zorg.

De focus van ziekenhuizen is vanaf eind september verschoven naar urgentere zorg, zegt de autoriteit. "Dat gaat ten koste van de niet-urgente zorg."

Oncologische zorg kon grotendeels doorgang vinden

De oncologische zorg kon in oktober ook grotendeels doorgang vinden, ondanks de opnieuw oplopende besmettingscijfers. "We zien in oktober wel minder patiënten dan in september, maar niet minder dan in dezelfde periode in voorgaande jaren."

"In september en in mindere mate in oktober werden meer tumoren gevonden dan in dezelfde maanden in voorgaande jaren", meldt de autoriteit verder. Het effect van de tweede golf op het aantal diagnoses wordt duidelijk in de cijfers van november, verwacht de organisatie.

De wachttijden voor de ggz zijn al langere tijd stabiel "en vooral voor de gespecialiseerde ggz nog erg lang", zegt de autoriteit. "Verder zien we vanaf eind september in reactie op de tweede golf coronabesmettingen een lichte daling in het aantal nieuw gestarte trajecten."