Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) is deze week gestart met onderzoek naar een medicijn dat bij mensen met een donororgaan de kans op een ernstig verloop van COVID-19 mogelijk verkleint. Wat kan dit onderzoek bijdragen? In deze rubriek lichten we wekelijks ontwikkelingen uit die (zouden) kunnen bijdragen aan de weg uit de coronacrisis.

Onno Teng is medisch specialist nierziekten aan het LUMC en betrokken bij dit nieuwe onderzoek. Hij legt uit dat transplantatiepatiënten altijd afweeronderdrukkende medicijnen krijgen voorgeschreven. Deze medicijnen moeten voorkomen dat na orgaantransplantatie het immuunsysteem zich tegen het 'lichaamsvreemde' nieuwe orgaan keert en het orgaan wordt afgestoten.

In het onderzoek dat deze week bij het LUMC is gestart, wordt bij een kleine groep transplantatiepatiënten bekeken of een nieuw soort afweeronderdrukkend medicijn ze kan beschermen tegen COVID-19.

Waarom zijn transplantatiepatiënten kwetsbaar?

Aiko de Vries, vicevoorzitter van het transplantatiecentrum in het LUMC, legt uit dat afweeronderdrukkende medicijnen die helpen om het donororgaan te behouden, als belangrijke bijwerking hebben dat het patiënten kwetsbaarder maakt voor bijvoorbeeld de griep of COVID-19.

"Als transplantatiepatiënten besmet raken met het coronavirus, hebben ze onder andere om deze reden een grote kans op ernstige klachten. Daarnaast hebben transplantatiepatiënten vaak meerdere andere onderliggende aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Hiervan weten we dat dit de kans op een ernstig verloop van COVID-19 vergroot."

De Vries legt uit dat transplantatiepatiënten die vermoeden dat ze besmet zijn met het coronavirus, dan ook meestal gelijk bellen met hun behandelend arts in het ziekenhuis.

Wat gaat er worden onderzocht?

Aan het onderzoek dat nu start doen twintig niertransplantatiepatiënten mee, bij wie net is vastgesteld dat ze COVID-19 hebben. Voor tien van deze patiënten verandert er niets, ze blijven hetzelfde afweeronderdrukkende medicijn slikken. De andere tien deelnemers gaan een experimenteel afweeronderdrukkend medicijn slikken, namelijk voclosporine.

Teng legt uit dat voclosporine al sinds 2011 wordt onderzocht en dat het nog niet buiten onderzoeksverband mag worden voorgeschreven. "Van eerder onderzoek bij niertransplantatiepatiënten hebben we wel geleerd dat dit medicijn afstoting van het donororgaan even goed voorkomt als de medicijnen die nu standaard worden voorgeschreven."

"In het laboratorium hebben we gevonden dat dit middel, beter dan andere afweeronderdrukkende medicijnen, de vermenigvuldiging van het coronavirus in menselijke longcellen remt. Dit kan in theorie ervoor zorgen dat je minder ziek wordt van het coronavirus, maar het onderzoek is gedaan op gekweekte longcellen in het lab, en is niet zomaar door te vertalen naar patiënten."

"We willen nu dus weten of niertransplantatiepatiënten die een infectie met het coronavirus oplopen, sneller van het coronavirus af zijn als zij voclosporine slikken. Als de resultaten gunstig zijn, kunnen we hierna een groter onderzoek gaan opzetten."

Teng vertelt dat dit onderzoek mogelijk nuttige kennis oplevert voor alle patiënten die een orgaandonatie hebben ondergaan of die om een andere reden afweeronderdrukkende medicatie gebruiken. "Voclosporine is niet geschikt voor mensen die geen afweeronderdrukkende medicatie nodig hebben. Het middel zorgt er nog steeds voor dat het immuunsysteem onderdrukt wordt, iets wat van levensbelang is voor transplantatiepatiënten maar helemaal niet wenselijk voor gezonde mensen die een infectie krijgen."

Waarom is juist onderzoek voor transplantatiepatiënten nodig?

Voor transplantatiepatiënten is dit onderzoek volgens Teng heel belangrijk, deels omdat een vaccin voor deze groep waarschijnlijk slechts gedeeltelijk een weg uit de coronacrisis is. "Vaccins slaan, vanwege de afweeronderdrukkende medicijnen, bij deze patiënten vaak minder goed aan."

"We hopen ook juist daarom dat ons onderzoek kan bijdragen aan het beter beschermen van transplantatiepatiënten. Daarnaast kan wellicht ook het toedienen van antistoffen van mensen die genezen zijn van COVID-19, zoals Sanquin nu onderzoekt, transplantatiepatiënten gaan helpen het coronavirus te bestrijden."

Hoe heeft de behandeling voor transplantatiepatiënten met COVID-19 zich de afgelopen maanden ontwikkeld?

De Vries legt uit dat de huidige behandeling van transplantatiepatiënten die ernstige COVID-19 hebben voor een groot deel overeenkomt met de behandeling van andere COVID-19-patiënten in het ziekenhuis. "We weten alleen dat sommige experimentele medicijnen tegen COVID-19 vervelende wisselwerkingen hebben met de afweerremmende medicatie. We zijn hier daarom bij transplantatiepatiënten nog voorzichtiger mee. En, we houden transplantatiepatiënten die een experimenteel middel tegen COVID-19 krijgen, hier op het transplantatiecentrum goed in de gaten."